close
Naar inhoud springen

Rompgemeenschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Een rompgemeenschap (RG) is een afgeleide gemeenschap die enkel kentaxa en differentiërende taxa bezit van een hoger syntaxonomisch niveau dan de associatie, samen met nog begeleidende taxa. De kensoorten en differentiërende soorten eigen aan de associatie komen dus (nog) niet, of niet meer voor.

Een dergelijke plantengemeenschap kan dus op basis van de soortensamenstelling niet tot op het elementaire niveau, de associatie, geclassificeerd worden. Men classificeert deze dan onder het niveau waarvan de kensoorten wel aanwezig zijn.

In tegenstelling tot de derivaatgemeenschappen zijn de dominante soorten in een rompgemeenschap wel klasse-eigen, dus behoren tot dezelfde syntaxonomische tak.

Een rompgemeenschap kan op twee manieren tot stand komen:

Opbouw van de namen

[bewerken | brontekst bewerken]

De wetenschappelijke naam van een rompgemeenschap wordt in Nederland en Vlaanderen als volgt genoteerd. Men begint met de afkorting RG, gevolgd door de botanische naam van het naamgevende taxon. Soms komt het ook voor dat rompgemeenschappen worden vernoemd naar twee taxa. In dat geval wordt tussen deze twee taxonnamen een koppelteken geplaatst, zonder spaties. Meteen na de taxonnaam, en in het geval van rompgemeenschappen met twee naamgevende taxa de laatste taxonnaam, wordt weer een koppelteken geplaatst (wederom zonder spaties). Direct achter dit koppelteken noteert men tussen rechte haken de syntaxonnaam van het hogere syntaxon waarbinnen de rompgemeenschap geplaatst is. Indien hierbij sprake is van klasseoverschrijdende hogere syntaxa, wordt tussen de twee syntaxa een schuine streep geplaatst. Hieronder staan voorbeelden van verschillende typen wetenschappelijke namen van rompgemeenschappen.

Voorbeelden van rompgemeenschapsnamen met één naamgevend taxon binnen één syntaxon:

  • RG Urtica dioica-[Galio-Urticetea]
  • RG Littorella uniflora-[Littorelletea]

Voorbeelden van rompgemeenschapsnamen met twee naamgevende taxa binnen één syntaxon:

  • RG Calamagrostis epigejos-Ophioglossum vulgatum-[Parvocaricetea]
  • RG Urtica dioica-Alnus glutinosa-[Alno-Padion]

Voorbeelden van rompgemeenschapsnamen met één naamgevend taxon binnen twee syntaxa:

  • RG Avenella flexuosa-[Quercion roboris/Dicrano-Pinion]
  • RG Juncus articulatus-[Lolio-Potentillion/Phragmitetea]

Voorbeelden van rompgemeenschapsnamen met twee naamgevende taxa binnen twee syntaxa:

  • RG Rhinanthus alectorolopholus-Leontodon hispidus-[Arrhenatheretalia/Brometalia]
  • RG Rubus gratus-Rubus plicatus-[Quercion roboris/Dicrano-Pinion]

Herkomst van de term

[bewerken | brontekst bewerken]

De term ontstond in de jaren 70 van de 20e eeuw. Het werd door de Tsjecho-Slowaakse vegetatiekundigen Karel Kopecký en Slavomil Hejný wetenschappelijk geïntroduceerd als een van de hoofdbegrippen van de door hen ontwikkelde deductieve methode. Kopecký en Hejný gebruikte hiervoor de Duitstalige naam Basalgesellschaft.[1][2] In 1979 stelden de Nederlandse vegetatiekundigen Victor Westhoff en Karlè Sýkora voor om een Nederlands woord voor de term in te voeren. Zij stelden voor om geen letterlijke vertaling ('basale gemeenschap' of 'basisgemeenschap') te kiezen. Ze stelden de naam 'rompgemeenschap' voor.[3]

[bewerken | brontekst bewerken]
BERJAYA
Zie de categorie Basal communities van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.