slap
Uiterlijk
- slap
- In de betekenis van ‘niet strak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265 [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | slap | slapper | slapst |
| verbogen | slappe | slappere | slapste |
| partitief | slaps | slappers | - |
slap
- stevigheid ontberend
- ▸ Daar is de zuidwestelijke teen van Engeland die een slap trapje naar het noorden van de Atlantische Oceaan geeft, daar is het Kanaal, knipper eenmaal met je ogen en je hebt het gemist, daar is Brussel en Amsterdam en Hamburg en Berlijn, hoewel in onzichtbare inkt op grijsgroen vilt getekend, daar is Denemarken in zijn dolfijnensprong naar Noorwegen en Zweden, daar zijn de Oostzee en de Baltische staten en dan ineens Rusland.[2]
- ▸ Ze pakte zijn hand, die hij slap in de hare liet hangen.[3]
- Deze slappe aandrijfriem moet strakgetrokken worden.
- overdrachtelijk: laf, onmachtig, kordaatheid ontberend
- ▸ Het waren allemaal, zoals zij dat noemde, 'heteromieten' geworden, mannen met wie er niets gebeurde, die niet meer vreeën en zich beperkten tot slap geflirt en te pas en te onpas hartstochtelijke sms'jes verstuurden.[4]
- Dat was gewoon slap van je.
- Hij had de slappe lach.
- ▸ Het waren allemaal, zoals zij dat noemde, 'heteromieten' geworden, mannen met wie er niets gebeurde, die niet meer vreeën en zich beperkten tot slap geflirt en te pas en te onpas hartstochtelijke sms'jes verstuurden.[4]
| vervoeging van |
|---|
| slappen |
slap
- Het woord slap staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slap" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ "slap" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Samantha Harvey“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- slap
slap
- gebiedende wijs van slappe
slap
- verleden tijd van slippe
- Vermoedelijk van het Nederduitse slappe.[1]
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to slap |
| he/she/it | slaps |
| verleden tijd | slapped |
| voltooid deelwoord |
slapped |
| onvoltooid deelwoord |
slapping |
| gebiedende wijs | slap |
slap
- overgankelijk een klap geven, meppen, slaan
- onovergankelijk klepperen, kletteren
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| slap | slaps |
slap
slap
- eensklaps, plotseling
- met een klap
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Deens
- Woorden in het Deens van lengte 4
- Werkwoordsvorm in het Deens
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Bijvoeglijk naamwoord in het Engels
