close
Naar inhoud springen

his

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: HIS
  • his
enkelvoud meervoud
naamwoord his -
verkleinwoord - -

dehism

  1. (jachttaal) waakzame houding om een prooi te belagen (alleen in onderstaande uitdrukking)
  • op de his staan
vervoeging van
hissen

his

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hissen
    • Ik his. 
  2. gebiedende wijs van hissen
    • His! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hissen
    • His je? 
BERJAYA
Hissen in notenschrift
  • his

his o

  1. (muziek): de toon 'bis', een verhoogde toon 'b', (in onder meer het Duits is 'his' een verhoogde 'h')
  • Toonnamen worden in relatie met 'majeur' geschreven met een hoofdletter, “H-Dur”, bij mineur met een kleine letter “h-Moll”
  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mymineourours
2e persoon
(archaïsch)
thythine--
2e persoon youryoursyouryours
3e persoon
(mannelijk)
hishistheirtheirs
3e persoon
(vrouwelijk)
herhers
3e persoon
(onzijdig)
itsits

his

  1. zijn
  2. de/het zijne, van hem

hīs

  1. deze, dit
    1. (mannelijk, vrouwelijk en onzijdig: dativus meervoud)
    2. (mannelijk, vrouwelijk en onzijdig: ablativus meervoud)