creools
Uiterlijk
- cre·ools
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | creools | creoolser | creoolst |
| verbogen | creoolse | creoolsere | creoolste |
| partitief | creools | creoolsers | - |
creools
- behorend tot, met betrekking tot creolen
1. behorend tot, met betrekking tot creolen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | creools | - |
| verkleinwoord | - | - |
het creools o
- (taalkunde) pidgin dat zich tot moedertaal heeft ontwikkeld
- Het woord creools staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "creools" herkend door:
| 88 % | van de Nederlanders; |
| 90 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 88 %
- Prevalentie Vlaanderen 90 %
