close
Naar inhoud springen

beide

Uit WikiWoordenboek
BERJAYA
Beide honden
  • bei·de
  • In de betekenis van ‘alle twee’ voor het eerst aangetroffen in 1100.[1]
  • erfwoord: Middelnederlands beide, bēde, uit Oudnederlands beithe, samengesteld uit een onzijdige dualisvorm *bai (vgl. Gotisch bai ‘beide’) en het bepaald lidwoord the, thie ‘de’ (waarvoor zie de).[2][3] Evenzo samengesteld zijn Nederduits beid, Duits/Fries beide en Zweeds båda.

beide

  1. de een en de ander van twee, het tweetal
    • Wat een schattige foto van beide honden. Ze kijken beiden naar hetzelfde. 
     Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.[4]
     ‘Er zijn slechts twee antimateriehypernuclei ontdekt en beide in de afgelopen vijftien jaar’, zegt deeltjesfysicus Zhangbu Xu van de Kent State-universiteit in Ohio. ‘ALICE levert nu het bewijs voor de derde.’[5]
vervoeging van
beiden

beide

  1. aanvoegende wijs van beiden
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
  1. "beide" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. beide op website: Etymologiebank.nl
  3. Kroonen
    , Guus, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013; blz. 46
  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron
    Karmela Padavic Callaghan
    “LHC breekt record met detectie zwaarste antimaterie-atoom ooit” (23 april 2025), newscientist
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


  • Afgeleid van het Middelhoogduitse beide

beide

  1. beide


beide

  1. beide


  • Afgeleid van het Oudnederlandse beithe

beide

  1. beide


  • Afgeleid van het Proto-Germaanse *bai-

beide

  1. beide