SBV Vitesse
| Vitesse Arnhem | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam | Stichting Betaald Voetbal Vitesse-Arnhem | |||||
| Bijnaam | Geel-Zwart Vites FC Hollywood aan de Rijn | |||||
| Opgericht | 14 mei 1892 | |||||
| Plaats | Arnhem, | |||||
| Stadion | GelreDome | |||||
| Complex | Sportcentrum Papendal | |||||
| Capaciteit | 18.000 – 25.000[1] [2] | |||||
| Capaciteit complex | 500 (zitplaatsen) | |||||
| Eigenaar | The Big Five (75,1%) Sterkhouders van Vitesse (24,9%) | |||||
| Algemeen directeur | Ben Mansvelder | |||||
| Sportief raadgever | ||||||
| Trainer | ||||||
| (Hoofd)sponsor | Woolsocks – The Money App & Frank Energie | |||||
| Kledingmerk | Robey | |||||
| Begroting | € 2,7 miljoen[3] | |||||
| Competitie | Keuken Kampioen Divisie | |||||
| Prijzen | ||||||
| Website | vitesse.nl | |||||
| ||||||
| Geldig voor 2023/24 | ||||||
| ||||||
Vitesse Arnhem, officieel Stichting Betaald Voetbal Vitesse-Arnhem (SBV Vitesse), is een Nederlandse profvoetbalclub uit Arnhem. De club werd opgericht op 14 mei 1892, terwijl de oorsprong teruggaat tot de Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse uit 1887.
Vitesse kende door de jaren heen meerdere sportieve hoogtepunten, onder meer in de periode 1896–1915, begin jaren vijftig, in de jaren negentig en tussen 2010 en 2022. In 2017 won Vitesse voor het eerst in de clubgeschiedenis de KNVB Beker.
Sinds 1998 speelt Vitesse zijn thuiswedstrijden in het GelreDome, dat plaats biedt aan ruim 21.000 toeschouwers. Daarvoor was stadion Nieuw-Monnikenhuize jarenlang de belangrijkste thuisbasis van de club.
De traditionele uitrusting van Vitesse bestaat uit een geel-zwart gestreept shirt, gebaseerd op de kleuren van de provincie Gelderland en het wapenschild van de adellijke familie Van Pallandt.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse (1887–1891)
[bewerken | brontekst bewerken]De oorsprong van Vitesse, een van de oudste voetbalclubs van Nederland, gaat terug tot 1887. In dat jaar werd de Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse opgericht door een groep jonge mannen die eerder cricket speelden op de Rijnkade.[4][5][6] De naam Vitesse, Frans voor ‘snelheid’, weerspiegelde de voorkeur van de oprichters voor een elegante en elitaire benaming. Onder de eerste betrokkenen bevonden zich onder anderen Lodewijk en Dirk Jan de Geer.[7]
In de Sport Almanak van 1890 verschijnt voor het eerst de naam Vitesse, waarbij april 1887 als oprichtingsdatum wordt genoemd. Sportpionier Pim Mulier schreef enkele jaren later in zijn boek Cricket dat de club was opgericht op initiatief van Siegfried Anne Leopold. Leopold was aanvankelijk secretaris en werd in 1890 voorzitter van de vereniging. Vanuit zijn ouderlijk huis aan de Spijkerstraat verzorgde hij het secretariaat van de club. Later zou hij ook betrokken blijven bij het ‘nieuwe’ Vitesse, eerst als cricketer en later als voetballer en doelman.
Volgens Mulier telde Vitesse in de beginjaren ongeveer dertig leden. De club speelde aanvankelijk cricket op de Boulevard Heuvelink, later in Velp en uiteindelijk op het Sport- en Tentoonstellingsterrein aan de Velperweg. Op 29 september 1889 organiseerde Vitesse daar een provinciaal cricketconcours ten behoeve van de slachtoffers van de ramp van Corvilain, een explosie in een munitiefabriek bij Antwerpen waarbij tientallen doden en gewonden vielen.[7][8]
Het oorspronkelijke Vitesse bleef bestaan tot november 1891. De vereniging werd opgeheven nadat zij haar speel- en oefenterrein verloor. De aanleg van een verharde wielerbaan op het Sport- en Tentoonstellingsterrein aan de Velperweg maakte verdere activiteiten van de club onmogelijk.[7] Hoewel de vereniging formeel ophield te bestaan, bleven verschillende betrokkenen uit het oorspronkelijke Vitesse actief binnen de Arnhemse sportwereld. Slechts enkele maanden later zou de club onder dezelfde naam en met deels dezelfde personen opnieuw worden opgericht.
Heroprichting van Vitesse (1892)
[bewerken | brontekst bewerken]Slechts enkele maanden na het verdwijnen van het oorspronkelijke Vitesse werd op 14 mei 1892 in Arnhem opnieuw een cricketclub opgericht door veertien scholieren van het Stedelijk Gymnasium Arnhem en de HBS. Vier dagen later besloot het gezelschap tijdens een huishoudelijke vergadering in het huis van de broers Dick en Frits Couvée aan de Parkstraat in het Spijkerkwartier de naam Vitesse opnieuw in gebruik te nemen. Daarmee werd de eerder verdwenen vereniging uit 1887 nieuw leven ingeblazen. Onder de oprichters bevonden zich onder anderen Lodewijk de Geer, die ook bij het oorspronkelijke Vitesse betrokken was geweest, en de Indische broers Dezentjé. Frans Dezentjé werd verkozen tot eerste voorzitter van de club.[9]
Een van de oprichters, de twintigjarige Karel d’Arnaud Gerkens, regelde via zijn oom Abraham Knoops een speelterrein voor de jonge vereniging. In de zomermaanden werd een weide aan de Molenbeekstraat gebruikt om te cricketen. De oude speelmaterialen van het oorspronkelijke Vitesse werden opnieuw tevoorschijn gehaald en ook een eerder clubreglement werd aangepast en opnieuw aangenomen.[10]
Kampioen van het Oosten (1892–1896)
[bewerken | brontekst bewerken]Op 19 juni 1892 speelde Vitesse zijn eerste officiële cricketwedstrijd. In Barneveld werd Be Quick verslagen met 51 runs. Enkele maanden later besloot het bestuur tijdens een vergadering in gebouw Tivoli aan de Velperweg om naast cricket ook weer voetbal te gaan spelen. Volgens de clubleiding was voetbal eenvoudiger te leren en bovendien goedkoper dan cricketmateriaal. Op het terrein van de IJsclub achter de Boulevard Heuvelink werd voortaan in de zomermaanden gecricket en in de lente en herfst gevoetbald.
In het najaar van 1892 speelde Vitesse zijn eerste voetbalwedstrijd tegen de Nijmeegsche Football Club (N.F.C.), die met 2–0 verloren ging. In de eerste jaren speelde Vitesse uitsluitend vriendschappelijke wedstrijden. Tijdens de winter van 1893/94 voetbalde de club op een veld in de Planten- en Vogeltuin en op een weide van Landgoed Bronbeek.
Omdat op het terrein van Bronbeek een boom midden op het veld stond, mochten er geen officiële wedstrijden worden gespeeld. Daarom verhuisde Vitesse eind 1894 noodgedwongen naar de Paasweide, aan de overzijde van de Rijn.
In 1894 ging de Gelderse competitie van de Nederlandse Voetbal Bond van start. De eerste competitiewedstrijd eindigde direct in een ruime overwinning. Vitesse versloeg Victoria uit Den Bosch met 0–17. In 1895 organiseerde de club op de Paasweide bovendien de eerste internationale voetbalwedstrijd op Nederlandse bodem tussen een oostelijk elftal en het Engelse Maidstone.
In 1895 en 1896 werd Vitesse kampioen van de Gelderse competitie, waarna promotie volgde naar de Eerste Klasse Oost, destijds het hoogste niveau van Nederland. Voetbal groeide in die jaren snel uit tot de belangrijkste sport binnen de vereniging, terwijl cricket langzaam naar de achtergrond verdween. Tegelijkertijd bleef Vitesse zich ontwikkelen als brede sportclub en werd ook een atletiekafdeling opgericht. Daarmee ging de club verder onder de naam Arnhemsche Voetbal- en Atletiekclub Vitesse.
De eerste gloriejaren van Vitesse (1896–1922)
[bewerken | brontekst bewerken]


In de zomer van 1896 verhuisde Vitesse naar het middenterrein van de wielerbaan Klarenbeek. Sportief groeide Vitesse in deze jaren uit tot een van de sterkste clubs van Nederland. De Arnhemmers werden kampioen van de Eerste Klasse Oost in 1897, 1898, 1903, 1913, 1914 en 1915 en plaatsten zich daarmee meerdere malen voor de nationale kampioenscompetitie. Een landstitel bleef echter uit, ondanks vijf tweede plaatsen.
Ook bij de atletiekafdeling van de club werden successen geboekt. Willem Hesselink, die naast atleet ook actief was als voetballer van Vitesse, behaalde rond 1898 een Nederlands record bij het verspringen. In de jaren daarna vestigden ook Vitesse-atleten Wim Lingbeek en Henk Herberts nationale records en won de club meerdere regionale atletiekprijzen. Door deze prestaties behoorde Vitesse in die periode tot de bekendere atletiekverenigingen van Oost-Nederland.
Op 15 januari 1899 speelde Vitesse als eerste Nederlandse voetbalclub ooit een wedstrijd in Duitsland. In Duisburg wonnen de Arnhemmers met 0–6 van Duisburger TfE 1848. In dezelfde periode wijzigde de club ook de clubkleuren. Tussen 1894 en 1900 speelde Vitesse in een wit tenue met een diagonale blauwe baan, verwijzend naar de stadskleuren van Arnhem. In augustus 1900 besloot het bestuur over te stappen op het geel-zwarte tenue dat later het vaste clubsymbool zou worden.
In 1912 bereikte Vitesse voor het eerst de finale van de KNVB Beker. Op het terrein van RAP in Amsterdam verloren de Arnhemmers met 2–0 van HFC Haarlem. In deze periode groeide Willem Hesselink, die eerder ook successen behaalde binnen de atletiekafdeling van de club, uit tot een van de prominente spelers van Vitesse. Samen met doelman Just Göbel kwam hij bovendien uit voor het Nederlands elftal. In 1914 stelde Vitesse bovendien met John Willie Sutcliffe voor het eerst een buitenlandse trainer aan.
Op 31 mei 1914 kwam Vitesse het dichtst bij het winnen van het landskampioenschap. In de beslissende wedstrijd tegen HVV in Den Haag kwamen de Arnhemmers via Hesselink op voorsprong. Na de gelijkmaker van HVV kreeg aanvoerder Lex Staal vanaf de strafschopstip de kans om Vitesse dicht bij de titel te brengen, maar hij schoot over. Lang leek een gelijkspel voldoende voor het kampioenschap, totdat Guus de Serière vlak voor tijd alsnog de beslissende treffer voor HVV maakte.[11]
Door de Eerste Wereldoorlog kon de Nederlandse Voetbal Bond in het seizoen 1914/15 geen normale competitie organiseren. De clubs werden daarom verdeeld in regionale groepen. Vitesse won groep A en plaatste zich voor een beslissende strijd om het landskampioenschap tegen Sparta. Na een overwinning in Arnhem en een nederlaag in Rotterdam volgde een beslissingswedstrijd in Amsterdam, waarin Sparta met 3–0 te sterk bleek.
In 1915 verhuisde Vitesse naar stadion Monnikenhuize, waar de club het terrein huurde van de gemeente Arnhem, die tevens een nieuw speelveld liet aanleggen. Het clubhuis en de tribune van Klarenbeek werden overgebracht naar het nieuwe stadion. Op 26 september 1915 werd Monnikenhuize officieel geopend met een wedstrijd tegen Noordelijke Zwaluwen, die eindigde in 3–3.
Na het seizoen 1914/15 raakte Vitesse sportief in verval. De club streed meerdere jaren tegen degradatie. Ondanks een korte opleving in het seizoen 1920/21 volgde op 30 april 1922 uiteindelijk degradatie uit de Eerste Klasse, na een verblijf van 25 jaar op het hoogste niveau van Nederland.
Wisselend succes (1922–1954)
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse hoefde niet lang te wachten op een terugkeer naar de Eerste Klasse. Na het kampioenschap in de Tweede Divisie (B) won de club ook beide promotiewedstrijden tegen Rigtersbleek, de kampioen van de Tweede Klasse C.
Onder leiding van de Engelse trainer Robert William Jefferson beleefde Vitesse vervolgens enkele succesvolle jaren. Tussen 1924 en 1927 eindigde de club achtereenvolgens als derde, vierde en vijfde in de Eerste Klasse. In 1927 bereikte Vitesse bovendien de finale van de KNVB Beker, waarin met 3–1 werd verloren van VUC.
Ook internationaal wist Vitesse in deze periode indruk te maken. In 1925 won de Arnhemse club in Engeland met 3–2 van West Ham United FC. Daarmee werd Vitesse de eerste Nederlandse club uit het amateurtijdperk die een Engelse eersteklasser wist te verslaan.
Na het vertrek van Jefferson namen de prestaties echter af. Vitesse zakte langzaam weg naar de onderste regionen van de competitie en ontsnapte in het seizoen 1930/31 ternauwernood aan degradatie. In dezelfde periode kwam er ook een einde aan de atletiekafdeling, doordat voetbal inmiddels definitief was uitgegroeid tot de hoofdsport van Vitesse.
Ondanks de sportieve terugval wist de voetbalafdeling zich onder leiding van de Duitse trainer Heinrich Schwarz weer op te richten. Schwarz gaf veel jonge spelers de kans, onder wie Jan Dommering, Kees Meeuwsen en Johan Ricken, die later belangrijke krachten binnen het elftal zouden worden. In het seizoen 1932/33 eindigde Vitesse als derde en ook een jaar later behaalde de club met een vijfde plaats een verdienstelijk resultaat. In 1935 volgde echter opnieuw degradatie na een dramatisch seizoen, dat mede werd overschaduwd door het overlijden van speler Piet Tonneman.
In de jaren daarna beleefde Vitesse een sportief moeilijke periode, die mede door de Tweede Wereldoorlog zou voortduren. De club slaagde er jarenlang niet in promotie af te dwingen. Vitesse eindigde vier keer als tweede en tweemaal als derde, terwijl promotiewedstrijden in 1941 en 1944 verloren gingen. Op 19 oktober 1941 vestigde Nico Westdijk een clubrecord door negen keer te scoren in de met 11–0 gewonnen wedstrijd tegen De Treffers, een record dat nog altijd overeind staat.
In 1942 vierde Vitesse het vijftigjarig bestaan van de club met een defilé in Monnikenhuize. Onder toeziend oog van de Duitse bezetters vormden de spelers een grote letter V, bedoeld als symbool voor Vrijheid en Victorie. De Duitsers interpreteerden dit slechts als een verwijzing naar de naam Vitesse. Later in de oorlog kwam het voetbal vrijwel volledig stil te liggen. Competitievoetbal werd verboden, waardoor Vitesse alleen nog enkele oefenwedstrijden speelde. De Slag om Arnhem in september 1944 had grote gevolgen voor de club. De Duitse Wehrmacht gelastte de evacuatie van de Arnhemse bevolking en ook stadion Monnikenhuize liep zware schade op. Kort na de bevrijding brandde bovendien het clubhuis af.
Wederopbouw en terugkeer naar de top (1945–1953)
[bewerken | brontekst bewerken]
In de jaren na de oorlog werd de schade aan Monnikenhuize hersteld en in mei 1947 werd een nieuw clubhuis geopend. Ook sportief wist Vitesse zich langzaam te herstellen. In het seizoen 1945/46 werd de club kampioen van de Tweede Divisie en won het vervolgens ook de promotitiecompetitie.
Twee jaar later besloot de gemeenteraad van Arnhem tot de bouw van een nieuw stadion voor de club. Het nieuwe stadion, Nieuw-Monnikenhuize, zou worden gerealiseerd aan de noordzijde van de Monnikensteeg.
Op 10 april 1950 vond voorafgaand aan een promotiewedstrijd tegen VV Rheden een ernstig ongeval plaats op Monnikenhuize. Tijdelijke noodtribunes stortten onder het gewicht van de grote mensenmassa deels in, waarbij meerdere gewonden vielen. Ondanks het incident ging de wedstrijd door. Vitesse won met 3–1 en promoveerde naar de Eerste Klasse.
Op 3 september 1950 werd stadion Nieuw-Monnikenhuize officieel geopend door burgemeester Chris Matser.
In de jaren daarna beschikte Vitesse over een talentvolle lichting spelers. Sjaak Alberts groeide vanuit de eigen jeugdopleiding uit tot een vaste waarde in de verdediging en bereikte samen met Wim Hendriks het Nederlands Elftal.
Het hoogtepunt van deze periode volgde in het seizoen 1952/53, toen Vitesse kampioen werd van de Eerste Klasse B. De Arnhemmers mochten daardoor deelnemen aan de kampioenscompetitie om de landstitel tegen FC Eindhoven, Sparta Rotterdam en RCH. De ploeg van trainer Jan Zonnenberg kwam uiteindelijk tekort voor het landskampioenschap, dat door RCH werd gewonnen. Rond dezelfde periode vierde Vitesse bovendien het zestigjarig jubileum van de club met festiviteiten en een jubileumwedstrijd tegen het Belgische Daring Club de Bruxelles.
Eerste decennia betaald voetbal
[bewerken | brontekst bewerken]

Halverwege de jaren vijftig veranderde het Nederlandse voetbal ingrijpend. Omdat de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond bleef vasthouden aan het amateurisme vertrokken steeds meer spelers naar het buitenland, waar betaald voetbal al langer was toegestaan. Ook in Nederland ontstond concurrentie door de oprichting van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB), die in de zomer van 1954 een eigen profcompetitie begon. Vitesse kreeg eveneens te maken met een leegloop van spelers. Zeven spelers maakten de overstap naar de nabijgelegen voetbalclub De Graafschap, dat uitkwam in de competitie van de NBVB. Het niveau van het Nederlandse voetbal daalde hierdoor snel, waardoor de KNVB uiteindelijk alsnog besloot betaald voetbal toe te staan.
Op 27 augustus 1954 besloot ook Vitesse de overstap naar het betaald voetbal te maken. De eerste jaren verliepen moeizaam. Trainer Joseph Gruber wist de club echter door deze onrustige periode heen te loodsen. Deelname aan de Hoofdklasse in het seizoen 1955/56 gold destijds als een belangrijk sportief succes.
Op 2 september 1956 werden de Eredivisie en de Eerste divisie ingevoerd. Op basis van de eindrangschikking werd Vitesse ingedeeld in de Eerste Divisie. In de jaren daarna slaagde de club er niet in om door te stoten naar het hoogste niveau. Deelname aan de promotiewedstrijden in het seizoen 1959/60 vormde voorlopig het sportieve hoogtepunt.
In 1962 werd Vitesse teruggezet naar de Tweede Divisie, nadat de KNVB besloot de twee afdelingen van de Eerste Divisie samen te voegen tot één competitie. Na de terugkeer van trainer Joseph Gruber in 1964 verbeterden de resultaten geleidelijk weer.
Onder leiding van Gruber werd Vitesse in 1966 kampioen van de Tweede Divisie en promoveerde de club naar de Eerste Divisie. Enkele jaren later promoveerde Vitesse op bijzondere wijze voor het eerst naar de Eredivisie. In 1971 profiteerden de Arnhemmers van de fusie tussen ADO en Holland Sport tot FC Den Haag, waardoor een extra plaats vrijkwam op het hoogste niveau. Met spelers als Joop Heezen en Dick Mulderij promoveerde Vitesse daardoor alsnog naar de Eredivisie.
Het verblijf op het hoogste niveau verliep moeizaam. Op 19 mei 1972 leed Vitesse een historische 12–1 nederlaag tegen landskampioen Ajax, nog altijd de grootste competitienederlaag uit de clubgeschiedenis. Tot oktober 2020 was het bovendien de grootste nederlaag ooit in de Eredivisie. Vitesse eindigde het seizoen als laatste en degradeerde direct terug naar de Eerste Divisie.
In de jaren daarna deed Vitesse meerdere keren mee aan de nacompetitie, maar promotie bleef lange tijd uit. Pas in 1977 keerde de club terug in de Eredivisie. Onder leiding van trainer Henk Wullems veroverde Vitesse, mede dankzij spelers als Herman Veenendaal, Willie Veenstra, Henk Bosveld, Boško Bursać, Bennie Hofs en Peter Boeve, het kampioenschap van de Eerste Divisie. De Arnhemmers bleven vervolgens drie seizoenen actief op het hoogste niveau, totdat de club in 1980 opnieuw degradeerde naar de Eerste Divisie.
Van Nieuw-Monnikenhuize naar GelreDome (1984–2000)
[bewerken | brontekst bewerken]Organisatorisch was 1984 een belangrijk jaar in de clubgeschiedenis van Vitesse. Al sinds 1982 liepen de spanningen tussen de voorstanders van het betaald voetbal en de leden die zich vooral wilden richten op de amateurs en jeugd steeds verder op. Op 15 juni 1984 leidde dit uiteindelijk tot de verzelfstandiging van het betaald voetbal. De amateurafdeling ging verder onder de naam Vitesse 1892 en verhuisde later naar sportcomplex Valkenhuizen aan de Beukenlaan.
De profafdeling kende vervolgens een moeizame start. Vitesse kampte met een zware schuldenlast uit het verleden en vreesde zelfs voor haar voortbestaan. Financiële steun van onder meer de gemeente Arnhem bleek noodzakelijk om betaald voetbal in de stad te behouden. Om de gemeente te overtuigen deed voorzitter Karel Aalbers een beroep op de Arnhemse bevolking. Tijdens een thuiswedstrijd tegen VVV-Venlo op 21 april 1985, waarvoor supporters gratis toegang kregen, sprak Aalbers met een microfoon vanaf de middenstip de aanwezigen toe. Ruim zevenduizend supporters kwamen naar Nieuw-Monnikenhuize om hun steun aan de club te tonen. Uiteindelijk stemde de gemeenteraad op 17 juni 1985 met een nipte meerderheid in met financiële steun aan Vitesse.
Na het veiligstellen van het voortbestaan richtte Aalbers zijn blik op de toekomst. Hij presenteerde ambitieuze plannen waarmee Vitesse moest doorgroeien naar de Nederlandse top en de Europese subtop. Ook ontstonden plannen voor de bouw van een nieuw stadion in Arnhem-Zuid. Hoofdsponsor NUON speelde een belangrijke rol bij de financiering van deze ambities.
Onder leiding van voorzitter Aalbers en trainer Bert Jacobs promoveerde Vitesse in het seizoen 1988/89 als kampioen van de Eerste Divisie naar de Eredivisie. In het eerste seizoen terug op het hoogste niveau eindigde de club direct als vierde. Ook bereikte Vitesse de finale van de KNVB Beker, waarin PSV uiteindelijk met 1–0 te sterk bleek. Diep in blessuretijd kreeg John van den Brom vanaf de strafschopstip nog de kans om een verlenging af te dwingen, maar zijn penalty werd gestopt door Hans van Breukelen. Desondanks bevestigde het seizoen dat de Arnhemmers nationaal weer begonnen mee te tellen.
Op 25 maart 1998 werd het GelreDome officieel geopend. Het nieuwe stadion bood plaats aan 25.000 toeschouwers en gold destijds als een van de modernste stadions van Europa. Dejan Čurović maakte het eerste doelpunt in het nieuwe stadion en was daarmee ook de laatste doelpuntenmaker ooit in Nieuw-Monnikenhuize.
Vitesse groeide onder leiding van trainers als Herbert Neumann, Leo Beenhakker en Ronald Koeman uit tot een vaste waarde in de subtop van de Eredivisie. De club eindigde meerdere seizoenen bij de eerste zes en plaatste zich negen keer voor de UEFA Cup. Daarin speelde Vitesse memorabele wedstrijden tegen clubs als Real Madrid, Internazionale, SC Braga en Sporting Lissabon.
Spelers als Martin Laamers, Edward Sturing, Pierre van Hooijdonk en Marc van Hintum groeiden uit tot internationals van het Nederlands Elftal, terwijl Theo Bos uitgroeide tot clubicoon. De verdediger speelde zijn gehele loopbaan voor Vitesse en kreeg later de bijnaam Mister Vitesse.
Onder trainer Henk ten Cate eindigde de club als derde in de Eredivisie, nog altijd de hoogste eindklassering sinds de invoering van het betaald voetbal. Aanvaller Nikos Machlas werd bovendien topscorer van de competitie met 34 doelpunten en won daarmee de Gouden Schoen.[12] In het seizoen 1999/2000 greep Vitesse op pijnlijke wijze naast Champions League-voetbal. De Arnhemmers eindigden met hetzelfde doelsaldo als nummer drie Feyenoord, maar kwamen uiteindelijk één punt tekort voor een historisch ticket voor het miljardenbal.
Chaos na Aalbers en financiële redding (2000–2010)
[bewerken | brontekst bewerken]
Op 15 februari 2000 kwam abrupt een einde aan het voorzitterschap van Karel Aalbers. De succesvolle maar omstreden bestuurder werd gedwongen af te treden vanwege vermoedens van fraude en ondoorzichtige financiële constructies. Jarenlang had Aalbers, gesteund door NUON-voorzitter Tob Swelheim, vrijwel vrij spel binnen de club. Met financiële steun van energiebedrijf NUON investeerde Vitesse fors in spelers, faciliteiten en het nieuwe GelreDome, waarmee de club zich sportief wist te ontwikkelen tot een vaste subtopper van de Eredivisie.
Toen toezichthouders van NUON echter inzicht kregen in de financiële situatie van Vitesse, bleek dat de club op grote schaal boven haar stand had geleefd. Hoge investeringen, tegenvallende inkomsten en de kosten van het stadionproject hadden geleid tot enorme schulden, die tijdens het bewind van Aalbers grotendeels buiten beeld waren gebleven. Het vertrouwen in de voorzitter verdween volledig, waarna zijn onmiddellijke vertrek werd geëist. Vitesse balanceerde vervolgens op de rand van een faillissement, maar wist te overleven dankzij steun van de Vrienden van Vitesse, de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland.
Ondanks de financiële chaos beleefde Vitesse in het seizoen 2002/03 een memorabele Europese campagne in de UEFA Cup. In de eerste ronde werd Rapid Boekarest uitgeschakeld na een 1–1 gelijkspel in Arnhem en een knappe 0–1 overwinning in Roemenië. Vervolgens verraste Vitesse ook het Duitse Werder Bremen. In de derde ronde wachtte Liverpool FC, dat uiteindelijk een einde maakte aan het Europese avontuur van de Arnhemmers. Na de Europese opleving volgden wisselvallige seizoenen, met spelers als Nicky Hofs, Theo Janssen en Matthew Amoah als gezichtsbepalende namen van die periode. Het uitblijven van structureel succes en het mislopen van Europees voetbal zorgden ervoor dat de financiële problemen opnieuw toenamen. De schulden drukten steeds zwaarder op de club, waardoor Vitesse langzaam afzakte richting de onderste regionen van de Eredivisie. Om overeind te blijven moest de club meermaals financiële steun vragen aan de gemeente Arnhem en konden sommige verplichtingen slechts worden nagekomen dankzij surseance van betaling.
In een poging de club financieel te stabiliseren trad zakenman Maasbert Schouten in 2008 toe als investeerder. Via zijn financiële dienstverlener AFAB was hij al jarenlang hoofdsponsor van Vitesse. Schouten nam een belang van twintig procent in de club en werd gezien als de redder van Vitesse. De financiële rust bleek echter van korte duur. Een jaar later kampte de club opnieuw met grote liquiditeitsproblemen. Schouten verstrekte daarop een nieuwe lening, onder de voorwaarde dat hij het merendeel van de aandelen zou verkrijgen als Vitesse niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. In 2010 bleek de club inderdaad niet in staat de lening terug te betalen. Hierdoor verkreeg Schouten uiteindelijk 99 procent van de aandelen van Vitesse. Daarmee werd hij de eerste meerderheidsaandeelhouder in het Nederlandse betaald voetbal.
Russische miljoenen en sportieve hoogtepunten (2010–2022)
[bewerken | brontekst bewerken]

In augustus 2010 verkocht Maasbert Schouten zijn aandelen aan de Georgische zakenman Merab Zjordania. Daarmee werd Vitesse de eerste Nederlandse profclub ooit die volledig in buitenlandse handen kwam. Zjordania sprak openlijk over zijn ambitieuze plannen en investeerde miljoenen in de club. Onder zijn leiding werd onder meer het trainingscomplex op Sportcentrum Papendal verder ontwikkeld en groeide Vitesse sportief weer uit tot een serieuze subtopper van de Eredivisie.
De herkomst van de miljoeneninvesteringen bleef echter onderwerp van speculatie. Volgens verschillende mediaberichten zou Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj de daadwerkelijke geldschieter achter Vitesse zijn. De Arnhemmers huurden opvallend veel talentvolle spelers van Chelsea FC. Onder meer Nemanja Matić, Lewis Baker en Mason Mount speelden tijdelijk voor Vitesse en hielpen de club in deze periode terug naar de Nederlandse subtop en het Europese toneel. Ook Real Madrid-talent Martin Ødegaard speelde in deze jaren op huurbasis voor de Arnhemmers. Naast de vele internationale huurlingen groeide Goeram Kasjia uit tot hét gezicht van de club. De Georgische verdediger speelde tussen 2010 en 2018 meer dan 300 officiële wedstrijden voor Vitesse en groeide uit tot aanvoerder en clubicoon.
Onder trainer Fred Rutten beleefde Vitesse in het seizoen 2012/13 een sterk seizoen, waarin jeugdproducten Marco van Ginkel en Davy Pröpper uitgroeiden tot bepalende spelers. Lange tijd deed de club mee in de strijd om de landstitel, maar uiteindelijk eindigde Vitesse als vierde achter Ajax, PSV en Feyenoord. Aanvaller Wilfried Bony groeide uit tot dé sterspeler van het elftal. De Ivoriaan werd topscorer van de Eredivisie en ontving daarvoor de Gouden Schoen.
Ook onder trainer Peter Bosz bleef Vitesse indruk maken met aanvallend en aantrekkelijk voetbal. In het seizoen 2013/14 stuntte de ploeg onder meer met een 2–6 overwinning op PSV in Eindhoven. Halverwege dat seizoen stond Vitesse na zeventien speelronden zelfs gedeeld eerste en kroonde het zich tot winterkampioen.
In oktober 2013 droeg Zjordania de aandelen onverwacht over aan de Russische miljardair Aleksandr Tsjigirinsk. De nieuwe eigenaar bleef grotendeels op de achtergrond, maar vulde jarenlang de financiële tekorten van de club aan. Later nam Valeri Ojf die rol over.
Het grootste succes in de clubgeschiedenis volgde onder trainer Henk Fraser. In 2017 won Vitesse voor het eerst een grote prijs door de KNVB Beker te veroveren. In de finale werd AZ dankzij twee doelpunten van Ricky van Wolfswinkel met 2–0 verslagen. Door de bekerwinst mocht Vitesse ook deelnemen aan de strijd om de Johan Cruijff Schaal tegen Feyenoord. Na een 1–1 gelijkspel verloren de Arnhemmers uiteindelijk na strafschoppen.
In 2021 bereikte Vitesse onder trainer Thomas Letsch opnieuw de finale van de KNVB Beker, maar daarin bleek Ajax met 2–1 te sterk. Europees kende de club datzelfde jaar wel een succesvol seizoen in de UEFA Conference League. Vitesse schakelde onder meer RSC Anderlecht uit in de voorronde, versloeg Tottenham Hotspur FC in de groepsfase en rekende in de knock-outfase af met Rapid Wien. Pas in de achtste finales bleek AS Roma uiteindelijk te sterk.
De crisisjaren van Vitesse (2022-heden)
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse kwam vanaf 2022 in een diepe financiële en bestuurlijke crisis terecht. Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne ontstonden zorgen over de Russische banden van de club, waaronder het aandeelhouderschap van de Russische zakenman Valeri Oyf en de connecties uit het verleden met Roman Abramovitsj. Oyf deed vervolgens in het belang van de club afstand van zijn aandelen en liet Vitesse schuldenvrij achter. Het bestuur koos er echter opnieuw voor op zoek te gaan naar externe investeerders om de sportieve ambities voort te zetten, in plaats van als zelfstandige club een bescheidener sportieve koers te varen.
Een overnamepoging van de Amerikaanse investeerder Coley Parry werd na langdurig onderzoek door de licentiecommissie van de KNVB afgewezen vanwege onvoldoende financiële transparantie. Parry bleef de club echter via leningen financieren, waardoor de schulden opliepen tot ruim zeventien miljoen euro en de spanningen met de KNVB verder toenamen. Vitesse kreeg meerdere sancties en ontving in het seizoen 2023/24 in totaal achttien strafpunten, wat na 35 jaar leidde tot degradatie uit de Eredivisie. Kort daarna trok de KNVB vanwege de financiële chaos ook de proflicentie in, maar na een succesvol beroep mocht Vitesse alsnog starten in de Keuken Kampioen Divisie.
In januari 2025 namen vijf buitenlandse investeerders onder leiding van Timo Braasch de schulden van Parry over en zetten die om in aandelen. Vitesse leek gered, maar in mei dreigde de KNVB de proflicentie opnieuw in te trekken omdat afspraken niet waren nagekomen. Regionale ondernemers kwamen daarop met het zogeheten ‘Plan Sterkhouders’, waarmee de club deels terugkeerde in Nederlandse handen. Ondanks een aangepaste begroting, de voorgenomen verkoop van de aandelen aan de Sterkhouders en de aanstelling van Rüdiger Rehm als nieuwe trainer, besloot de licentiecommissie in juli 2025 toch definitief de proflicentie in te trekken. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde dat besluit echter op 3 september 2025, waardoor Vitesse voorlopig actief blijft in het betaald voetbal in afwachting van de cassatieprocedure en de lopende bodemzaak. Het nieuws leidde in Arnhem tot grote opluchting en feestvreugde.
Door het tijdelijke verlies van de proflicentie en de aanhoudende onzekerheid vertrok een groot deel van de selectie, waarna Vitesse in korte tijd vrijwel een geheel nieuw elftal moest samenstellen. Alexander Büttner bleef de club in die periode als echte clubman trouw. Vitesse werkte vervolgens een eerder opgelegde puntenstraf van twaalf minpunten weg en bleef tot de laatste speelronde in de race voor een periodetitel. Uiteindelijk eindigde de club als vijftiende in de Eerste Divisie. Zonder puntenaftrek zou de club als zevende zijn geëindigd en zich rechtstreeks hebben geplaatst voor de play-offs.
Erelijst
[bewerken | brontekst bewerken]| Competitie | Aantal | Jaren |
|---|---|---|
| KNVB beker | 1× | 2017 |
| Eerste divisie | 2× | 1977, 1989 |
| Tweede divisie | 1× | 1966 |
| Eerste klasse oost | 7× | 1897, 1898, 1903, 1913, 1914, 1915, 1953 |
| Tweede klasse oost | 5× | 1923, 1941, 1944, 1946, 1950 |
| Gelderse competitie | 2× | 1895, 1896 |
Clubcultuur
[bewerken | brontekst bewerken]Logo
[bewerken | brontekst bewerken]Het logo van Vitesse heeft door de jaren heen meerdere veranderingen ondergaan, maar de geel-zwarte clubkleuren zijn altijd behouden gebleven. Het eerste clublogo bestond uit een schild met een diagonale verdeling tussen een geel en een zwart vlak. In het gele deel stond “AVC Vitesse”, terwijl in het zwarte vlak het oprichtingsjaar 1892 was opgenomen.
Na de scheiding tussen de prof- en amateurafdeling in 1984 kreeg SBV Vitesse een nieuw logo. De schildvorm bleef behouden, maar het ontwerp werd moderner en strakker. Bovenaan verscheen de naam “Vitesse” in witte hoofdletters, met daaronder een dubbelkoppige adelaar als verwijzing naar het stadswapen van Arnhem. In het midden van het embleem werd een voetbal geplaatst.
In 2011 werd het logo subtiel gerestyled. De adelaar werd symmetrischer, de zwarte rand werd vervangen door wit en de typografie werd verfijnd. Daarnaast kreeg het embleem meer diepte door schaduwwerking en werd op verschillende versies de tekst “EST. 1892” toegevoegd.
- Logo jaren 70
- Logo jaren 70
- Logo van 1977 tot 1984
Clubkleuren
[bewerken | brontekst bewerken]
De clubkleuren van Vitesse zijn niet altijd geel en zwart geweest. Tussen 1894 en 1900 speelde de Arnhemse club in een wit tenue met een diagonale blauwe baan, verwijzend naar de stadskleuren van Arnhem. Spelers die zonder het voorgeschreven tenue verschenen, kregen een boete van vijftig cent.
Op 27 augustus 1900 besloot het bestuur de clubkleuren te wijzigen naar geel en zwart. Volgens voorzitter Chris Engelberts had Vitesse zich ontwikkeld tot een van de beste clubs van Gelderland en mocht de club daarom de kleuren van de provincie dragen. Vanaf dat moment speelde Vitesse in shirts met zes geel-zwarte vlakken.
In 1907 kreeg het tenue opnieuw een nieuw ontwerp, nadat speler en donateur Reinhard Jan Christiaan baron van Pallandt een tenue aan de club schonk. Daarbij stelde hij als voorwaarde dat Vitesse altijd in de kleuren van zijn familie zou spelen, die toevallig eveneens geel en zwart waren. De club stapte daarop over op het geel-zwarte gestreepte shirt, dat sindsdien het vaste tenue van Vitesse vormt.
Sinds 2007 speelt Vitesse jaarlijks rond 17 tot 25 september een thuiswedstrijd in het teken van de Airborne-herdenking van de Slag om Arnhem. Tijdens deze wedstrijd dragen de spelers een speciaal Airborne-shirt met een badge waarop een strijder te paard is afgebeeld.
Overzicht van de uniformen van Vitesse door de geschiedenis heen:
De arend en de mascotte van Vitesse
[bewerken | brontekst bewerken]
Voor de scheiding tussen de prof- en amateurafdeling in 1984 had Vitesse geen officiële mascotte of vast clubsymbool. Met de introductie van een nieuw clublogo met een dubbelkoppige adelaar, verwijzend naar het stadswapen van Arnhem, groeide de arend uit tot het officiële clubsymbool van Vitesse. Sindsdien vliegt voorafgaand aan thuiswedstrijden een arend over het veld, waarna deze landt op de middenstip.
In 2008 presenteerde Vitesse voor het eerst een levende arend onder de naam Hertog. Deze vogel fungeerde als clubsymbool, maar overleed in 2009 aan aspergillose, een schimmelinfectie die veel voorkomt bij roofvogels. In 2010 werd Hertog II als opvolger geïntroduceerd. Deze Noord-Amerikaanse zeearend vloog onder meer op 30 april 2017 in De Kuip voorafgaand aan de KNVB-bekerfinale tussen AZ en Vitesse.
Voor de jeugdige supporters werden in de loop der jaren verschillende mascottefiguren gebruikt. Sinds begin jaren 2000 beschikt de Vitesse Kids Club over de officiële mascotte Vito. In 2005 werd Vito door lezers van Voetbal International verkozen tot Mascotte van het Jaar. In 2012 kreeg de mascotte een vernieuwd uiterlijk.
Supporters en aanhang
[bewerken | brontekst bewerken]
Vitesse verkoopt in recente jaren meer dan 10.000 seizoenkaarten, terwijl het GelreDome plaats biedt aan ruim 21.000 toeschouwers. In de afgelopen drie seizoenen bezochten gemiddeld iets meer dan 16.000 supporters de thuiswedstrijden van de club. Bij goed bezochte duels kan het aantal bezoekers oplopen tot ongeveer 20.000.
Het grootste deel van de Vitesse-aanhang is afkomstig uit de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Buiten Arnhem wonen supporters verspreid over Nederland, onder andere in de regio’s Gelderse Vallei, Apeldoorn enUtrecht. Ook over de grens, in Duitsland, zijn fans die regelmatig wedstrijden van Vitesse bezoeken.[13] De fanatieke aanhang bevindt zich op de Theo Bos Zuid-tribune in het GelreDome.
Supportersverenigingen
[bewerken | brontekst bewerken]De officiële, onafhankelijke Supportersvereniging Vitesse werd opgericht in 1992 en is verbonden aan de voetbalclub. De vereniging telt ongeveer 3.000 leden en wordt ondersteund door meer dan 100 vrijwilligers. De Supportersvereniging geeft zes keer per jaar het clubblad Zwart op Geel uit, waarvan de redacteuren een officiële status bij de club hebben.
In 2015 kreeg de vereniging de beschikking over een nieuw, driehoekig supportershome. De casco-bouw werd gefinancierd door Vitesse, terwijl de Supportersvereniging verantwoordelijk was voor de inrichting en de huur.
Naast de Supportersvereniging bestaan er andere groeperingen van Vitesse-supporters, waaronder Supporterscollectief De Aftrap, VIVO (Vitesse is van ons), Arnhem Ultras, Crew 81 en Malta Crew. Deze groepen dragen bij aan de sfeer in het stadion, onder meer door middel van grote spandoeken en andere sfeeracties.
Spijker-Side & Rijnfront
[bewerken | brontekst bewerken]De oorsprong van de Spijker-Side gaat terug tot het begin van de jaren zeventig, toen Vitesse voor het eerst in de eredivisie speelde. Jongeren uit verschillende delen van Arnhem verzamelden zich toen in het stadion. Deze groepen, doorgaans bestaande uit jongeren tussen de 15 en 22 jaar, kwamen veelal uit het Spijkerkwartier, destijds bekend om zijn ruige karakter. De naam Spijker-Side was dan ook snel gevonden.
Het Rijnfront ontstond aan het eind van de jaren tachtig, in een periode waarin de sportieve prestaties van Vitesse steeds beter werden. De leden kwamen voornamelijk uit de Arnhemse arbeiderswijken. Op stadion Monnikenhuize stonden zij aanvankelijk op de onoverdekte staantribune. Later verhuisde het Rijnfront naar vak DD, bij de ingang aan de Rosendaalseweg.
Clubliederen
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse kende door de jaren heen meerdere officiële clubliederen. Het eerste officiële clublied was Geel-zwart bovenaan, ja het kan, ja het moet! uit 1952. In de jaren zestig volgde Bouw mee aan een steengoed Vites!, geschreven door Pieter Nulden en gecomponeerd door de Arnhemse componist Johan Straus.
Het huidige officiële clublied is Geel en Zwart zijn onze kleuren, geschreven en ingezongen door Emile Hartkamp. Het nummer wordt al jarenlang gespeeld bij thuiswedstrijden in GelreDome. In 2017 verscheen een vernieuwde versie van het lied, ingezongen door Martin Esveld en De Kwinks.
Rivaliteit
[bewerken | brontekst bewerken]
De grootste rivaal van Vitesse is het Nijmeegse N.E.C.. Met name uit historisch oogpunt en achterban staan de wedstrijden tussen beide clubs bekend als een beladen wedstrijd. De wedstrijd tussen twee van de grootste clubs van Gelderland staat bekend als de Gelderse Derby. In de beeldvorming botst het elegante en verzorgde spel van Vitesse met de strijdlustige en onverzettelijke speelstijl van N.E.C. Daarnaast weerspiegelt de rivaliteit ook het verschil tussen de twee grootste steden van de provincie. De zelfverzekerde uitstraling van hoofdstad Arnhem tegenover de arbeidersmentaliteit van Nijmegen.
De basis voor de verhitte rivaliteit werd gelegd in de jaren negentig door Vitesse-voorzitter Karel Aalbers. Hij had de ambitie om van Vitesse een topclub te maken en stelde dat er in Gelderland slechts plaats was voor één grote profclub. Sindsdien is de onderlinge verhouding sterk verslechterd.
De laatste jaren is de rivaliteit verder op scherp gezet, juist doordat Vitesse en N.E.C. minder vaak tegenover elkaar stonden omdat ze niet altijd op hetzelfde niveau speelden. Het uitblijven van directe confrontaties vergrootte de onderlinge spanning eerder dan dat die afnam. In 2025 bereikte die spanning een nieuw hoogtepunt toen het voortbestaan van Vitesse zwaar in gevaar kwam. In Nijmegen leidde dat tot vreugde-uitingen en klonk in het Goffertstadion wekenlang de leus: “Nooit meer naar Arnhem.” Nadat Vitesse de proflicentie terugkreeg, volgde een ludieke tegenreactie vanuit Arnhem, onder meer met een vliegtuigje en een geel-zwarte boodschap boven Nijmegen. Dergelijke acties passen in een traditie binnen de rivaliteit. Zo stuurden N.E.C.-supporters in 2015, na promotie naar de Eredivisie, al eens een vliegtuigje boven Arnhem met de tekst: “We’re back, see you soon.”
Een andere rivaal van Vitesse is De Graafschap uit Doetinchem; de onderlinge wedstrijden worden aangeduid als de kleine Gelderse derby en worden gezien als een strijd tussen de Gelderse hoofdstad en het Achterhoekse platteland. De laatste jaren is de rivaliteit echter aan beide kanten toegenomen, mede doordat de clubs op hetzelfde niveau uitkomen en elkaar daardoor regelmatiger treffen.
Naast N.E.C. en De Graafschap heeft Vitesse door de jaren heen ook andere rivalen gekend. Wedstrijden tegen clubs als FC Wageningen, Arnhemse Boys, VV Rheden, Go Ahead Eagles en Quick Nijmegen gingen regelmatig gepaard met spanningen. Vooral de derby’s tegen Quick Nijmegen trokken veel publiek en groeiden uit tot enkele van de best bezochte wedstrijden in Oost-Nederland, in een periode waarin het voetbal vanaf 1894 sterk in ontwikkeling was.
Airborne-traditie bij Vitesse
[bewerken | brontekst bewerken]
De band tussen Vitesse en de Slag om Arnhem vindt zijn oorsprong in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezettingsjaren bleef in Nederland gevoetbald worden, maar de oorlog had grote gevolgen voor de club. Spelers moesten geregeld onderduiken, Joodse leden werden uitgesloten en Arnhem werd in september 1944 geëvacueerd. Tijdens het 50-jarig bestaan van Vitesse in 1942 vormden de elftallen voorafgaand aan een jubileumwedstrijd een grote ‘V’ op het veld. Voor de Duitse bezetter stond dit voor Vitesse, maar voor veel aanwezigen verwees het naar het ‘Victory’-teken van Winston Churchill. De oorlog trof de club zwaar. Het sportterrein raakte beschadigd, het clubhuis brandde na de bevrijding af en elf leden en spelers kwamen om het leven. Ter nagedachtenis aan hen werd een gedenksteen geplaatst, die tegenwoordig bij Papendal staat.
Sinds 2007 staat jaarlijks een thuiswedstrijd van Vitesse rond de herdenkingsdagen van de Slag om Arnhem in het teken van de Airborne-herdenking. Tijdens deze wedstrijd eren de club en haar supporters de geallieerde Veteranen van Operatie Market Garden. Rondom het duel vinden sfeeracties plaats met vlaggen en spandoeken, treden doedelzakspelers op en dragen de spelers een speciaal Airborne-tenue. Traditioneel wordt de herdenking afgesloten met het nummer We'll Meet Again.
Door de jaren heen speelde Vitesse meerdere keren in speciale shirts in de Airborne-kleuren maroonrood en blauw, vaak voorzien van verwijzingen naar de Slag om Arnhem, zoals de John Frostbrug, het Pegasus-embleem en de tekst A Bridge Too Far. In het seizoen 2014/15 droeg de club het Airborne-tenue tijdens alle uitwedstrijden ter gelegenheid van de 70e herdenking van de slag.
Een bekend moment binnen de traditie ontstond in het seizoen 2012/13, toen aanvoerder Goeram Kasjia na afloop van de Airborne-wedstrijd zijn shirt overhandigde aan veteraan Johnny Peters en hem een saluut bracht. Peters groeide in de jaren daarna uit tot een symbool van de Airborne-herdenking bij Vitesse.
Stadion
[bewerken | brontekst bewerken]

Monnikenhuize
[bewerken | brontekst bewerken]Van 1915 tot 1950 speelde Vitesse in het stadion Monnikenhuize aan de Monnikensteeg in Arnhem. Officieel konden er maximaal zo'n 7000 toeschouwers terecht, maar indien nodig werd de capaciteit met noodtribunes opgeschroefd.
Op 18 mei 1950 speelde Vitesse er haar laatste wedstrijd, waarna de club verhuisde naar het nieuwgebouwde station Nieuw-Monnikenhuize.
Nieuw-Monnikenhuize
[bewerken | brontekst bewerken]Tussen 1950 en 1998 speelde Vitesse zijn thuiswedstrijden in Nieuw-Monnikenhuize aan de Rosendaalseweg en de Monnikensteeg in Arnhem. Gedurende het gebruik heeft het stadion aan maximaal 18.000 toeschouwers plaats geboden. Bij de sloop in 1999 had het nog maar plek voor 10.000 toeschouwers.
GelreDome
[bewerken | brontekst bewerken]Onder aanvoering van voorzitter Karel Aalbers werd er reeds in de jaren 80 van de twintigste eeuw nagedacht over de bouw van een nieuw stadion voor Vitesse. Desalniettemin zou het nog tot 1996 duren voordat er werd aangevangen met de bouw van een nieuw onderkomen voor de Arnhemse voetbalclub. Op 25 maart 1998 werd het GelreDome officieel geopend en sindsdien dient het als thuisbasis van Vitesse. De eerste wedstrijd, gespeeld op diezelfde dag, werd door Vitesse met 4-1 gewonnen van NAC Breda. Anno 2024 biedt het stadion tijdens voetbalwedstrijden plaats aan 21.248 toeschouwers.
Deze grafiek laat zien hoeveel supporters de thuiswedstrijden van Vitesse gemiddeld bezochten. Duidelijk zichtbaar is wanneer Vitesse het oude stadion Nieuw-Monnikenhuize verliet en intrek nam in GelreDome: het gemiddeld toeschouwersaantal steeg met zo'n 300% na de gereedkoming van de bouw van het stadion in de winter van 1998.
Merk op dat het aantal toeschouwers in de seizoenen 2019/20 t/m 2021/22 (negatief) werd beïnvloed door beperkingen in verband met de coronapandemie (tijdens de coronapandemie moesten in deze seizoenen de wedstrijden een aantal periodes zonder publiek worden gespeeld).
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| 71/72 | 72/73 | 73/74 | 74/75 | 75/76 | 76/77 | 77/78 | 78/79 | 79/80 | 80/81 | 81/82 | 82/83 | 83/84 | 84/85 | 85/86 | 86/87 | 87/88 | 88/89 | 89/90 | 90/91 | 91/92 | 92/93 | 93/94 | 94/95 | 95/96 | 96/97 | 97/98 | 98/99 | 99/00 | 00/01 | 01/02 | 02/03 | 03/04 | 04/05 | 05/06 | 06/07 | 07/08 | 08/09 | 09/10 | 10/11 | 11/12 | 12/13 | 13/14 | 14/15 | 15/16 | 16/17 | 17/18 | 18/19 | 19/20 | 20/21 | 21/22 | 22/23 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trainingscomplex
[bewerken | brontekst bewerken]
Sportcentrum Papendal
[bewerken | brontekst bewerken]In 2013 werd op Sportcentrum Papendal de nieuwe trainingslocatie van Vitesse en de trainings- en wedstrijdlocatie van de Vitesse Voetbal Academie in gebruik genomen. Papendal is een erkend Centrum voor Topsport en Onderwijs. De Arnhemmers hebben de beschikking over vijf voetbalvelden en een eigen gebouwencomplex. Hierin zijn onder andere kantoren, medische ruimtes, kleedkamers en een kantine gefaciliteerd. Het trainingscomplex van Vitesse is eigendom van de club. De hoofdtribune biedt plaats aan 500 toeschouwers.
Organisatie
[bewerken | brontekst bewerken]Betaaldvoetbalorganisatie
[bewerken | brontekst bewerken]| Naam | Aandelen |
|---|---|
| Aandeelhouders | |
| The Big Five | 75,1% |
| Sterkhouders van Vitesse | 24,9% |
| Naam | Nationaliteit | Functie | Sinds | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Stichting SBV Vitesse-Arnhem | |||||
| Edward Sturing | Lid | - | |||
| Leendert Combee | Lid | - | |||
| Simone Sanders | Lid | - | |||
| Naam | Nationaliteit | Functie | Sinds | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Raad van Advies | |||||
| Cor Guijt | Adviseur | - | |||
| Jan Snellenburg | Adviseur | - | |||
| Bert Roetert | Adviseur | - | |||
| Naam | Nationaliteit | Functie | Sinds | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Directie Vitesse B.V. | |||||
| Ben Mansvelder | Algemeen directeur ad interim | - | |||
| Michel Schaay | Sterkhouder | - | |||
Vitesse Voetbal Academie
[bewerken | brontekst bewerken]De Vitesse Voetbal Academie is de jeugdopleiding van de Arnhemmers en heeft een belangrijke functie bij de doorstroom van nieuwe talenten naar het eerste elftal. Bekende jeugdexponenten zijn onder andere Alexander Büttner, Kevin Diks, Marco van Ginkel, Nicky Hofs, Theo Janssen, Roy Makaay, Million Manhoef, Davy Pröpper, Eloy Room, Stijn Schaars, Piet Velthuizen en Ricky van Wolfswinkel. De academie loopt van de Onder 11 tot en met Onder 21. De jeugdopleiding is door de KNVB gecertificeerd als een internationale academie en heeft door de bond een maximale beoordeling van vier sterren gekregen.
Samenwerkingsverbanden
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse heeft via de Vitesse Voetbal Academie samenwerkingsverbanden met o.a. amateurclubs AGOVV, vv DOVO, DTS Ede, KSV Fortissimo, DVS '33, DVV Duiven, ESA Rijkerswoerd, 1. FC Kleve, SML, SV Spero en VVO. [14]
Eerste elftal
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse
[bewerken | brontekst bewerken]Selectie
[bewerken | brontekst bewerken]Laatste update: 8 april 2026
Staf
[bewerken | brontekst bewerken]| Naam | Nationaliteit | Functie | Sinds | Contract | Vorige club |
|---|---|---|---|---|---|
| Technische Staf | |||||
| Rüdiger Rehm | Hoofdtrainer | 2025 | 2026 | ||
| Nicky Kuiper | Assistent-Trainer | 2024 | 2026 | ||
| Tim Fahrion | Assistent-Trainer | 2025 | 2026 | ||
| Manfred Gloger | Keeperstrainer | 2025 | 2026 | ||
| Erwin Mulder | Teammanager | 2025 | 2026 | ||
Laatste update: 16 september 2025
Overzichtslijsten
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse in de kampioenscompetitie
[bewerken | brontekst bewerken]Sinds 1898 werd er gestreden om het Nederlands landskampioenschap. De landskampioen werd bepaald door middel van een finale en later een kampioenscompetitie tussen de kampioenen van de verschillende hoofdklassen, die tot 1950 regionaal verdeeld waren. Toen in 1954 het betaald voetbal werd ingevoerd, bleef dit systeem in eerste instantie bestaan, maar vanaf het seizoen 1956/57 werd de Eredivisie ingevoerd. Sindsdien is de kampioen van de eredivisie ook automatisch landskampioen.
De eerste finale om de landstitel werd op 24 april 1898 gespeeld. Vitesse kwam als kampioen van het oosten uit tegen RAP. De wedstrijd werd gespeeld in Utrecht, waar RAP nationaal kampioen werd door Vitesse met 4–2 te verslaan.
Vitesse heeft zich in totaal zes keer weten te plaatsen voor de eindstrijd om de landstitel, die allemaal verloren gingen.
In het seizoen 1902/03 werd de landstitel gewonnen door voetbalclub HVV uit Den Haag. Voor de eerste keer werd het kampioenschap bepaald middels een kampioenscompetitie. De oostelijke kampioen was Vitesse en de Amsterdamse club Volharding was kampioen in de andere westelijke competitie.
Het landskampioenschap van het seizoen 1912/13 werd beslist middels twee kampioenswedstrijden tussen de kampioen van de westelijke afdeling Sparta en de Oostelijke Vitesse. De Rotterdamse club won beide wedstrijden met de Arnhemse club met 1-2 en 2-1 en werd de kampioen van Nederland.
In het seizoen 1913/14 werd wederom de kampioenschap beslist via een kampioenscompetitie met HVV Den Haag als winnaar. Het landskampioenschap van het seizoen 1914/15 werd gewonnen door Sparta.
Kort voor de invoering van het profvoetbal in Nederland was Vitesse nog een laatste keer actief in de eindstrijd om de landstitel. In het seizoen 1952/53 speelden de Arnhemmers tegen FC Eindhoven, Sparta Rotterdam en RCH. Vitesse eindigde als laatste, RCH werd - na een beslissingswedstrijd tegen Eindhoven - landskampioen.
Vitesse in competitieverband
[bewerken | brontekst bewerken]1895–1954
[bewerken | brontekst bewerken]In elke staaf van de grafiek staat van boven naar beneden vermeld:
- Eindnotering
- Dit is de positie die de club heeft bereikt in de competitie, zonder eventuele beslissings-, play-off- of nacompetitiewedstrijden die nodig zijn geweest om bijvoorbeeld de kampioen van de competitie te bepalen.
- Indien een * achter het getal staat is de notering een tussenstand en kan het zijn dat de notering niet overeenkomt met de uiteindelijke eindstand van de competitie.
- Staat er een - dan is het seizoen nog bezig en is er geen definitieve uitslag bekend.
- Staat er xx op de positie van de notering, dan heeft de club vroegtijdig de competitie verlaten. Dit kan onder andere komen door terugtrekking van het team, faillissement van de club of door een uitgedeelde straf van de KNVB. In veel gevallen staat elders in het artikel de reden vermeld.
- Staat er een ? dan is het resultaat uit het verleden onbekend, en is alleen de competitie of het niveau bekend van dat seizoen.
- In de seizoenen 2019/20 en 2020/21 werd wegens de coronacrisis het amateurvoetbal afgebroken. Daardoor kennen deze staven geen eindklassering (middels -- weergegeven).
- Competitieniveau en afdelingsletter of Officiële eindstand Eredivisie
- Competitieniveau en afdelingsletter
- Hierbij geeft het getal het niveau weer, dat ook terug te vinden is in de legenda. De letter is de afdelingsaanduiding en wordt gebruikt wanneer er meer afdelingen zijn op hetzelfde niveau. De afdelingsletter is altijd een hoofdletter en wordt meestal zonder nummer gebruikt.
- Voorbeeld: 2F is niveau 2e klasse competitie F.
- Het competitieniveau en nummer wordt niet vermeld wanneer er slechts één competitie van dit niveau was.
- Officiële eindstand Eredivisie (getal staat tussen haakjes vermeld)
- Sinds de introductie van play-offwedstrijden voor Europees voetbal na afloop van de reguliere competitie in 2005/06, is de KNVB verplicht een eindstand van de Eredivisie door te geven aan de UEFA aan de hand van deze play-offwedstrijden.
- Bij deze eindstand staan clubs die zich hebben gekwalificeerd voor Europees voetbal hoger dan clubs die zich niet wisten te kwalificeren. Indien er geen verschil was tussen de eindnotering en de officiële eindstand, staat dit getal niet vermeld.
- Onderafdeling
- Hier staat afgekort de naam van de onderafdeling indien de club in dat jaar in een onderafdeling uitkwam. Tevens staat deze afkorting in de legenda en wordt gelinkt naar het artikel over deze onderafdeling. Deze afkorting wordt alleen vermeld wanneer de club in het verleden in verschillende onderafdelingen heeft gespeeld. Deze vermelding is in de staaf altijd in kleine letters. Deze onderafdelingen zijn na het seizoen 1995/96 afgeschaft. Heeft de club in slechts één onderafdeling gespeeld, dan is dit alleen terug te vinden in de legenda.
Onder de staaf staat het jaartal vermeld waarin het seizoen is afgesloten. 15 verwijst naar het seizoen 2014/15 of eventueel het seizoen 1914/15.
Wanneer een staaf leeg is, zijn deze gegevens niet bekend. Het kan ook zijn dat de club dat seizoen niet heeft meegespeeld op het hogere amateurniveau, vroegtijdig de competitie heeft verlaten of uit de competitie is gezet.
In het seizoen 1944/45 was er wegens de Tweede Wereldoorlog geen regulier competitievoetbal.
Opmerking: In de 1e klasse en lager spelen de clubs in districten. Deze districten staan niet vermeld in de grafiek.
- Eerste klasse
- Tweede klasse
- Gelderse Competitie NVB
- Noodcompetitie
- Tijdens de mobilisatie en bezetting wordt er in het seizoen 1939/1940 een regionale noodcompetitie gespeeld met tegenstanders uit verschillende klassen.
- Door de Tweede Wereldoorlog speelde Vitesse in het seizoen 1944/1945 geen wedstrijden in competitieverband.
Sinds 1955
[bewerken | brontekst bewerken]In elke staaf van de grafiek staat van boven naar beneden vermeld:
- Eindnotering
- Dit is de positie die de club heeft bereikt in de competitie, zonder eventuele beslissings-, play-off- of nacompetitiewedstrijden die nodig zijn geweest om bijvoorbeeld de kampioen van de competitie te bepalen.
- Indien een * achter het getal staat is de notering een tussenstand en kan het zijn dat de notering niet overeenkomt met de uiteindelijke eindstand van de competitie.
- Staat er een - dan is het seizoen nog bezig en is er geen definitieve uitslag bekend.
- Staat er xx op de positie van de notering, dan heeft de club vroegtijdig de competitie verlaten. Dit kan onder andere komen door terugtrekking van het team, faillissement van de club of door een uitgedeelde straf van de KNVB. In veel gevallen staat elders in het artikel de reden vermeld.
- Staat er een ? dan is het resultaat uit het verleden onbekend, en is alleen de competitie of het niveau bekend van dat seizoen.
- In de seizoenen 2019/20 en 2020/21 werd wegens de coronacrisis het amateurvoetbal afgebroken. Daardoor kennen deze staven geen eindklassering (middels -- weergegeven).
- Competitieniveau en afdelingsletter of Officiële eindstand Eredivisie
- Competitieniveau en afdelingsletter
- Hierbij geeft het getal het niveau weer, dat ook terug te vinden is in de legenda. De letter is de afdelingsaanduiding en wordt gebruikt wanneer er meer afdelingen zijn op hetzelfde niveau. De afdelingsletter is altijd een hoofdletter en wordt meestal zonder nummer gebruikt.
- Voorbeeld: 2F is niveau 2e klasse competitie F.
- Het competitieniveau en nummer wordt niet vermeld wanneer er slechts één competitie van dit niveau was.
- Officiële eindstand Eredivisie (getal staat tussen haakjes vermeld)
- Sinds de introductie van play-offwedstrijden voor Europees voetbal na afloop van de reguliere competitie in 2005/06, is de KNVB verplicht een eindstand van de Eredivisie door te geven aan de UEFA aan de hand van deze play-offwedstrijden.
- Bij deze eindstand staan clubs die zich hebben gekwalificeerd voor Europees voetbal hoger dan clubs die zich niet wisten te kwalificeren. Indien er geen verschil was tussen de eindnotering en de officiële eindstand, staat dit getal niet vermeld.
- Onderafdeling
- Hier staat afgekort de naam van de onderafdeling indien de club in dat jaar in een onderafdeling uitkwam. Tevens staat deze afkorting in de legenda en wordt gelinkt naar het artikel over deze onderafdeling. Deze afkorting wordt alleen vermeld wanneer de club in het verleden in verschillende onderafdelingen heeft gespeeld. Deze vermelding is in de staaf altijd in kleine letters. Deze onderafdelingen zijn na het seizoen 1995/96 afgeschaft. Heeft de club in slechts één onderafdeling gespeeld, dan is dit alleen terug te vinden in de legenda.
Onder de staaf staat het jaartal vermeld waarin het seizoen is afgesloten. 15 verwijst naar het seizoen 2014/15 of eventueel het seizoen 1914/15.
Wanneer een staaf leeg is, zijn deze gegevens niet bekend. Het kan ook zijn dat de club dat seizoen niet heeft meegespeeld op het hogere amateurniveau, vroegtijdig de competitie heeft verlaten of uit de competitie is gezet.
In het seizoen 1944/45 was er wegens de Tweede Wereldoorlog geen regulier competitievoetbal.
Opmerking: In de 1e klasse en lager spelen de clubs in districten. Deze districten staan niet vermeld in de grafiek.
- Eredivisie
- Hoofdklasse (prof)
- Eerste klasse (prof)
- Eerste divisie
- Tweede divisie
- In het kader van de coronacrisis werd de competitie van 2019/2020 abrupt beëindigd en niet meer uitgespeeld.
Vitesse in het bekertoernooi en Johan Cruijff Schaal
[bewerken | brontekst bewerken]
Vitesse heeft zich sinds het eerste Nederlandse bekertoernooi in 1899 vijf keer weten te plaatsen voor de finale; waarvan vier wedstrijden verloren gingen.
De eerste finale werd op 26 mei 1912 gespeeld tegen Haarlem te Amsterdam. Haarlem trok aan het langste eind door met 2-0 te overwinnen.

In het seizoen 1926/1927 haalde Vitesse onverwachts voor de tweede keer de eindstrijd. De finale ging wederom verloren; VUC was met 1-3 te sterk, op Monnikenhuize in Arnhem, waarbij Vitesse-speler Jan de Natris bij een 1-1 stand een penalty miste.
Op 25 april 1990 verloor Vitesse in de Kuip met 1-0 van PSV, mede omdat PSV-keeper Hans van Breukelen in de blessuretijd van de wedstrijd een penalty wist te keren van John van den Brom.
Op 30 april 2017 speelde Vitesse de finale van de KNVB beker, als uitspelende ploeg tegen AZ, wat destijds werd gecoacht door John van den Brom. Vitesse won deze wedstrijd met 2-0 door twee doelpunten van Ricky van Wolfswinkel in de tweede helft. Daarmee won Vitesse voor het eerst een grote prijs, en dat in het jubileumjaar (125 jaar). Als bekerwinnaar mocht Vitesse spelen om de Johan Cruijff Schaal tegen landskampioen Feyenoord op 5 augustus 2017. Na reguliere speeltijd stond het 1-1 in De Kuip. Vitesse verloor uiteindelijk na de strafschoppenserie (4-2), waarbij Vitesse-spelers Tim Matavž en Milot Rashica een penalty miste.
Op 18 april 2021 verloor Vitesse met 2-1 van Ajax. Na een sterk begin van Vitesse kreeg Ajax steeds meer de regie. Dit kwam tot uiting in de openingsgoal van Ryan Gravenberch. Vitesse had het moeilijk in deze fase, maar kwam verrassend op gelijke hoogte door een treffer van Loïs Openda. Vijf minuten voor het einde van de wedstrijd moest Vitesse met tien man verder, toen Jacob Rasmussen een directe rode kaart kreeg, na een overtreding op Antony. De vervanger van de Braziliaanse aanvaller van Ajax, zijn landgenoot David Neres, had niet lang nodig om zich te onderscheiden. Hij schoot zijn ploeg in blessuretijd naar de bekerwinst.
Finales om de KNVB beker
[bewerken | brontekst bewerken]| Seizoen | Tegenstander | Uitslag | Plaats | Datum |
|---|---|---|---|---|
| 1912 | HFC Haarlem | 0-2 | R.A.P.-terrein, Amsterdam | 26 mei |
| 1927 | VUC | 1-3 | Monnikenhuize, Arnhem | 19 juni |
| 1990 | PSV | 0-1 | Stadion Feijenoord, Rotterdam | 25 april |
| 2017 | AZ | 2-0 | Stadion Feijenoord, Rotterdam | 30 april |
| 2021 | Ajax | 1-2 | Stadion Feijenoord, Rotterdam | 18 april |
Finales om de Johan Cruijff Schaal
[bewerken | brontekst bewerken]| Jaar | Tegenstander | Uitslag | Plaats | Datum |
|---|---|---|---|---|
| 2017 | Feyenoord | 1-1 (2-4 pen.) | Stadion Feijenoord, Rotterdam | 5 augustus |
Vitesse in Europa
[bewerken | brontekst bewerken]| Bekertoernooi | Deelname in seizoenen: |
|---|---|
| Europa League/UEFA Cup | 1990/91, 1992/93, 1993/94, 1994/95, 1997/98, 1998/99, 1999/00, 2000/01, 2002/03, 2012/13, 2013/14, 2015/16, 2017/18, 2018/19 |
| Europa Conference League | 2021/22 |
| Zomer Cup | 1978/79 |
UEFA rank sinds 1968
[bewerken | brontekst bewerken]In onderstaand schema wordt per jaargang de UEFA ranking van Vitesse vermeld.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||
| 68-90 | 91 | 92 | 93 | 94 | 95 | 96 | 97 | 98 | 99 | 00 | 01 | 02 | 03 | 04 | 05 | 06 | 07 | 08-12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 |
| Legenda |
|---|
| Vitesse speelde deze jaargang Europees voetbal |
| Vitesse speelde deze jaargang geen Europees voetbal |
| Toekomstige ranking op basis van huidige coëfficiënten |
| Vitesse had in deze periode geen UEFA ranking |
| Seizoen nog gaande |
Records & Statistieken
[bewerken | brontekst bewerken]Topscorers aller tijden
[bewerken | brontekst bewerken]Jan Dommering was van 1929 tot 1936 en 1945 tot 1948 in het eerste elftal van Vitesse actief. Tijdens zijn studie in Frankrijk speelde hij voor FC Nice (1938 - 1939) Door de vele doelpunten die hij daar maakte als spits kreeg hij de bijnamen "La Tulipe" en "Le diable de Dommering". Door zijn 160 doelpunten is hij topscorer aller tijden van Vitesse.
| Naam | Nationaliteit | doelpunten |
|---|---|---|
| Jan Dommering | 160 | |
| John van den Brom | 111 | |
| Gerrit Langeler | 86 | |
| Henk Bosveld | 81 | |
| Kees Meeuwsen | 80 | |
Topscorers eredivisie
[bewerken | brontekst bewerken]| Naam | Nationaliteit | doelpunten |
|---|---|---|
| Matthew Amoah | 61 | |
| John van den Brom | 60 | |
| Nikos Machlas | 60 | |
| Wilfried Bony | 46 | |
| Roy Makaay | 42 | |
| Bryan Linssen | 42 | |
Meeste gespeelde competitiewedstrijden
[bewerken | brontekst bewerken]| Naam | Nationaliteit | wedstrijden |
|---|---|---|
| Theo Bos | 369 | |
| John van den Brom | 324 | |
| Edward Sturing | 295 | |
| Martin Laamers | 272 | |
| Raimond van der Gouw | 258 | |
| Guram Kashia | 244 | |
Top 5 uitgaande recordtransfers
[bewerken | brontekst bewerken]| Naam | Nationaliteit | Nieuwe club | Transfersom |
|---|---|---|---|
| Wilfried Bony | € 16.000.000,- | ||
| Marco van Ginkel | € 9.400.000,- | ||
| Nikos Machlas | € 8.500.000,- | ||
| Milot Rashica | € 8.100.000,- | ||
| Vyacheslav Karavaev | € 8.000.000,- | ||
Top 5 inkomende recordtransfers
[bewerken | brontekst bewerken]| Naam | Nationaliteit | Vorige club | Transfersom |
|---|---|---|---|
| Bob Peeters | € 6.300.000,- | ||
| Pierre van Hooijdonk | € 4.730.000,- | ||
| Wilfried Bony | € 4.000.000,- | ||
| Didier Martel | € 2.750.000,- | ||
| Tim Cornelisse | € 2.500.000,- | ||
Internationals
[bewerken | brontekst bewerken]
Vitesse heeft in de loop der jaren verschillende spelers afgeleverd aan het Nederlands elftal; om precies te zijn: 22 spelers hebben minstens één interland gespeeld terwijl ze voor Vitesse uitkwamen. Aanvaller en tevens medeoprichter van Vitesse Willem Hesselink was in 1905 de eerste speler die namens Vitesse voor Oranje mocht spelen. Davy Pröpper is met zijn optreden tegen de Verenigde Staten op 5 juni 2015 tot op heden de laatste Vitesse-speler in een Oranje-shirt. Recordhouder is keeper Just Göbel, tussen 1911 en 1919 eerste doelman van het Nederlands elftal, die al zijn 22 interlands namens Vitesse speelde.
Op 20 december 1989 speelde Nederland in de tweede helft met een recordaantal van drie spelers van Vitesse tegen Brazilië: Edward Sturing, Martin Laamers en Bart Latuheru. Hierdoor bestond de hele linkerzijde van Nederland uit spelers afkomstig van Vitesse.
Onderstaande spelers hebben tijdens hun loopbaan bij Vitesse een of meerdere wedstrijden gespeeld voor het Nederlands elftal.[15]
| Periode | Naam | Interlands | Gespeeld onder Vitesse |
|---|---|---|---|
| 1905-1905 | Willem Hesselink | 1 | 1 |
| 1911-1919 | Just Göbel | 22 | 22 |
| 1920-1925 | Jan de Natris | 23 | 1 |
| 1923-1928 | Gerrit Horsten | 6 | 1 |
| 1952-1952 | Sjaak Alberts | 5 | 5 |
| 1952-1953 | Wim Hendriks | 3 | 3 |
| 1987-1994 | Hans Gillhaus | 9 | 2 |
| 1989-1990 | Martin Laamers | 2 | 2 |
| 1989-1989 | Bart Latuheru | 1 | 1 |
| 1989-1990 | Edward Sturing | 3 | 3 |
| 1990-1993 | John van den Brom | 2 | 2 |
| 1994-2004 | Pierre van Hooijdonk | 46 | 4 |
| 1995-1995 | Glenn Helder | 4 | 1 |
| 1996-2005 | Roy Makaay | 43 | 2 |
| 1996-1997 | Ferdi Vierklau | 2 | 2 |
| 1998-1998 | Martijn Reuser | 1 | 1 |
| 1998-2001 | Marc van Hintum | 8 | 8 |
| 1999-2001 | Sander Westerveld | 6 | 1 |
| 2001-2002 | Victor Sikora | 6 | 6 |
| 2006-2011 | Theo Janssen | 5 | 2 |
| 2009-2009 | Piet Velthuizen | 1 | 1 |
| 2012-2017 | Marco van Ginkel | 8 | 1 |
| 2013-2021 | Patrick van Aanholt | 19 | 2 |
| 2015-2019 | Davy Pröpper | 19 | 1 |
Vitesse heeft ook meerdere niet-Nederlandse internationals in zijn gelederen gehad. Onderstaande spelers hebben tijdens hun loopbaan bij Vitesse een of meerdere wedstrijden gespeeld voor een nationaal elftal.
| Periode | Naam | Land | Interlands | Gespeeld onder Vitesse |
|---|---|---|---|---|
| 1990-1998 | Benedict Iroha | 60 | 15 | |
| 1993-2002 | Nikos Machlas | 61 | 12 | |
| 1993-2001 | Joaquín del Olmo | 51 | 4 | |
| 1994-2002 | Tijani Babangida | 36 | 5 | |
| 1994-2003 | Marián Zeman | 29 | 8 | |
| 1995-2002 | Dejan Stefanović | 19 | 8 | |
| 1996-2005 | Mamadou Zongo | 23 | 14 | |
| 1998-2000 | Nenad Grozdić | 11 | 4 | |
| 1998-2002 | Bob Peeters | 13 | 11 | |
| 1998-2015 | Raio Piiroja | 114 | 6 | |
| 1999-2000 | Ștefan Nanu | 7 | 3 | |
| 2000-2012 | Mahamadou Diarra | 79 | 9 | |
| 2000-2012 | Giovanny Espinoza | 91 | 11 | |
| 2002-2010 | Matthew Amoah | 44 | 7 | |
| 2002-2009 | Evgeniy Levchenko | 8 | 1 | |
| 2002-2006 | Abubakari Yakubu | 16 | 7 | |
| 2002-2006 | Dragoslav Jevrić | 43 | 31 | |
| 2006-2009 | Gill Swerts | 17 | 5 | |
| 2005-2009 | Niklas Tarvajärvi | 4 | 1 | |
| 2006-2012 | Mads Junker | 7 | 1 | |
| 2006-2009 | Juan Gonzalo Lorca | 11 | 1 | |
| 2006-2015 | Dalibor Stevanovič | 21 | 7 | |
| 2006-2018 | Vladimir Stojković | 84 | 3 | |
| 2006-2014 | Danko Lazović | 43 | 9 | |
| 2007-2013 | Anthony Annan | 64 | 12 | |
| 2008-2016 | Slobodan Rajković | 19 | 4 | |
| 2008-2011 | Michihiro Yasuda | 7 | 1 | |
| 2009-2012 | Dan Mori | 7 | 4 | |
| 2009-heden | Guram Kashia | 111 | 59 | |
| 2010-2015 | Denys Oliynyk | 12 | 3 | |
| 2010-2020 | Tim Matavž | 39 | 7 | |
| 2010-2019 | Wilfried Bony | 59 | 17 | |
| 2011-2016 | Mike Havenaar | 18 | 12 | |
| 2011-heden | Bertrand Traoré | 74 | 13 | |
| 2011-2020 | Renato Ibarra | 49 | 27 | |
| 2011-2019 | Thulani Serero | 43 | 3 | |
| 2012-2019 | Christian Atsu | 63 | 9 | |
| 2012-2021 | Tomáš Kalas | 31 | 1 | |
| 2012-2018 | Zakaria Labyad | 6 | 3 | |
| 2013-2015 | Marcus Pedersen | 9 | 1 | |
| 2013-2020 | Sheran Yeini | 32 | 3 | |
| 2014-2015 | Rochdi Achenteh | 2 | 2 | |
| 2014-heden | Martin Ødegaard | 57 | 6 | |
| 2014-2022 | Valeri Qazaishvili | 63 | 25 | |
| 2015-heden | Matt Miazga | 28 | 5 | |
| 2015-heden | Marvelous Nakamba | 26 | 7 | |
| 2015-heden | Eloy Room | 46 | 17 | |
| 2015-heden | Eli Dasa | 62 | 27 | |
| 2016-heden | Yuning Zhang | 30 | 9 | |
| 2016-heden | Matúš Bero | 29 | 23 | |
| 2016-2021 | Oussama Tannane | 11 | 2 | |
| 2016-heden | Carlens Arcus | 34 | 6 | |
| 2016-heden | Milot Rashica | 53 | 11 | |
| 2019-2021 | Oussama Darfalou | 2 | 2 | |
| 2020-heden | Armando Broja | 19 | 6 | |
| 2020 | Sondre Tronstad | 1 | 1 | |
| 2020-heden | Mica Pinto | 31 | 4 | |
| 2021-heden | Enrico Hernández | 16 | 4 | |
| 2022-heden | Toni Domgjoni | 4 | 4 | |
| 2022-heden | Loïs Openda | 16 | 3 | |
| 2023-heden | Saïd Hamulić | 6 | 4 |
Bekende (oud-)Vitessenaren
[bewerken | brontekst bewerken]Vitessenaar van de eeuw
[bewerken | brontekst bewerken]Henk Charly Bosveld wordt in december 1999 zowel door De Gelderlander als de Arnhemse Courant verkozen tot Speler van de Eeuw, waarmee hij onder anderen de nummer 2 John van den Brom achter zich wist te houden.[16] Helaas kon Bosveld deze eervolle uitverkiezing niet zelf meemaken; op 6 augustus 1998 overleed Bosveld plotseling aan een hartinfarct. Mede door deze uitverkiezing heeft Bosveld een plaatsje gekregen in het Home of History van Vitesse en is hij de enige Vitesse-speler wiens foto siert op de Oost-promenade in GelreDome.
Op 17 augustus 2008 tijdens de Open Dag van Vitesse werd het boek Vitessenaar van de eeuw gepresenteerd, geschreven door René Bremer en Michel Bongers.[17] Dit eerbetoon aan Bosveld geeft middels 24 interviews een beeld over zijn persoon en tevens roemrijke verleden.
Mister Vitesse
[bewerken | brontekst bewerken]
Theo Bos, Mister Vitesse, speelde als verdediger zijn gehele carrière voor Vitesse. In totaal speelde Bos 369 competitiewedstrijden in 15 seizoenen, waarin hij negen keer een doelpunt maakte. Zijn debuut maakte hij op 31 augustus 1983 tegen FC Wageningen en zijn laatste wedstrijd speelde hij op 25 maart 1998 tegen NAC Breda. Op 27 januari 1999 speelde Bos in de speciale afscheidswedstrijd tegen Schalke 04, samen met Edward Sturing die ook als voetballer afzwaaide.
Na zijn spelersloopbaan ging Bos als jeugdtrainer aan de slag bij Vitesse: hij heeft de B- en A-selectie en Jong Vitesse onder zijn hoede gehad. Ook was hij assistent-trainer van Ronald Koeman, Mike Snoei en Edward Sturing. Eind december 2008 werd Vitesse-trainer Hans Westerhof wegens tegenvallende prestaties ontslagen, waarna Bos op 3 januari 2009 hoofdtrainer van Vitesse werd. Hij bleef tot 21 oktober 2010 aan als trainer.
Vanaf 7 januari 2012 was hij uit de roulatie als trainer bij FC Dordrecht in verband met de constatering van alvleesklierkanker. Vitesse heeft op 26 juli 2012 bekendgemaakt de Zuid-tribune in GelreDome te vernoemen naar Theo Bos als steun tijdens zijn ziektebed. Op 28 februari 2013 overleed Theo Bos aan de gevolgen van zijn ziekte. Op 7 maart 2013 werd in GelreDome afscheid genomen van Bos. Ter ere van Mister Vitesse zal rugnummer 4 niet meer door Vitesse-spelers gedragen worden, het nummer waarmee Bos voor Vitesse speelde; de laatste speler die rugnummer 4 droeg was Jan-Arie van der Heijden.
Sinds eind 2012 hebben Vitesse en KWF Kankerbestrijding een nauwe samenwerking. Samen met KWF zet Vitesse zich jaarlijks in om geld in te zamelen, specifiek voor wetenschappelijke onderzoek naar alvleesklierkanker. Traditioneel is dit de thuiswedstrijd tegen FC Utrecht. Beide ploegen verloren hun nummer 4. FC Utrecht verloor speler David di Tommaso aan een acute hartstilstand. De shirts van Vitesse worden elk jaar door middel van een veiling verkocht. De opbrengst komt ten goede aan het KWF.
Vrienden van Vitesse
[bewerken | brontekst bewerken]Vrienden van Vitesse is groep van ongeveer 15 vermogende mensen uit omgeving Arnhem. In het verleden hebben de investeerders de club vaak garant gestaan bij begrotingstekorten. Mede door de hulp van de Vrienden van Vitesse werd Vitesse meerdere keren gered van een faillissement en werd een licentie voor betaald voetbal ternauwernood behouden. Ook zitten er enkele oud vermogende bestuursleden in de Vrienden van Vitesse. Herman Veenendaal speelde voor Vitesse en werd rijk van speelautomaten en vastgoed, Cor Guijt is een bekende makelaar in Arnhem en omstreken en Jan Snellenburg introduceerde met zijn bedrijf de zogenaamde petfles en is al sinds 1983 betrokken bij de club.
Gouden Vitessenaren
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse kent 14 Gouden Vitessenaren, van mensen die zich bestuurlijk en sportief voor de club hebben ingezet.
- Karel Aalbers
- Kees Bakker
- Martin Esveld
- Cor Guijt
- Arent Jager
- Ton Ketting
- Guus Kusse
- Joop Mutgeert
- Rein Papenburg
- Bert Roetert
- Jan Snellenburg
- Tobias Swelheim
- Herman Veenendaal
Vitesse kent 90 Zilveren Vitessenaren, die veel voor Vitesse hebben ingezet. Dit zijn voornamelijk spelers, medewerkers en vrijwilligers. Enkele voorbeelden van Zilveren Vitessenaren zijn John van den Brom, Bennie Hofs, Theo Janssen, Guram Kashia, Martin Laamers, Jan Streuer, Edward Sturing en Chris de Vries.
Voorzitters
[bewerken | brontekst bewerken]Vitesse heeft sinds de oprichting van de vereniging verschillende eigenaren en voorzitters gehad. De eerste voorzitter was een van de groep jonge oprichters Frans Dezentjé. Willem Hesselink was van 1917 tot 1922 voorzitter van de club en werd in 1962 benoemd tot erevoorzitter. Na hen hebben bekende namen, waaronder Chris Engelberts, Karel Aalbers, Jos Vaessen, Maasbert Schouten en Merab Jordania, de club geleid.
Spelers
[bewerken | brontekst bewerken]Succeselftallen
[bewerken | brontekst bewerken]
1976/’77: Eerste kampioenschap Eerste divisie
[bewerken | brontekst bewerken]De Vitesse-selectie stond in het seizoen 1976/’77 onder leiding van trainer Henk Wullems. In de Eerste divisie werd Vitesse kampioen met 55 punten. Dit was het eerste kampioenschap van Vitesse in de Eerste divisie en de tweede promotie naar de Eredivisie. Het succeselftal bestond uit doelman Dick Beukhof, rechtsback Roel Zaaijer, laatste man Dick Mulderij, Joop Heezen en linksback Ad Mellaard, terwijl het middenveld werd gevormd door Willie Veenstra, Henk Bosveld en Bert Kip. Voorin koos Wullems doorgaans voor Boško Bursać, Herman Veenendaal en Herman Gerdsen.
1989/'90: Beste Nederlandse ploeg van het jaar
[bewerken | brontekst bewerken]Onder het bewind van trainer Bert Jacobs speelt Vitesse in het seizoen 1989/'90 voor het eerst in 10 jaar in de Eredivisie, na promotie als kampioen van de Eerste divisie. Vitesse houdt 18 keer de nul en krijgt 20 doelpunten tegen, beide zijn clubrecords in het competitievoetbal. Toen Jacobs Vitesse ging trainen, was de club slechts een middenmoter in de eerste divisie. Een jaar later kon heel Arnhem weer juichen, want in het eerste jaar eredivisie slaagde Jacobs en zijn mannen voor de derde keer in de clubhistorie de KNVB bekerfinale te bereiken, die op 25 april 1990 tegen PSV Eindhoven gespeeld werd in De Kuip. Vitesse verliest de finale met 1-0. Stan Valckx scoort het enige doelpunt, door een penalty. In blessuretijd stopt PSV-keeper Hans van Breukelen een penalty van John van de Brom. In de Eredivisie eindigt Vitesse dit seizoen als 4e met 41 punten (in het "2 punten"-systeem). Vitesse plaatst zich daardoor voor de eerste keer in de clubhistorie voor Europees voetbal om de UEFA Cup. Na het seizoen van 1989/'90 werd Vitesse tijdens het VVCS-gala in Den Haag gekozen tot de beste Nederlandse ploeg van het jaar. Het succeselftal bestond uit doelman Raimond van der Gouw, rechtsback Edward Sturing, laatste man Theo Bos, Frans Thijssen en linksback Arjan Vermeulen, terwijl het middenveld werd gevormd door Martin Laamers, John van den Brom en René Eijer. Voorin koos Jacobs doorgaans voor Rick Hilgers, Bart Latuheru en Hans van Arum, terwijl Jurrie Koolhof pinch-hitter was.
2016/'17: Winst bekerfinale
[bewerken | brontekst bewerken]Onder trainer Henk Fraser weet Vitesse in het seizoen 2016/'17 zich na 27 jaar weer te plaatsen voor de KNVB bekerfinale, die op 30 april 2017 tegen AZ Alkmaar gespeeld werd in De Kuip. Vitesse won de finale met 2-0, door twee doelpunten van vaste spits Ricky van Wolfswinkel. Door dit resultaat won de club voor het eerst in hun 125-jarig bestaan een grote prijs. Het winnende elftal bestond uit doelman Eloy Room, rechtsback Kelvin Leerdam, aanvoerder Goeram Kasjia, Matt Miazga en linksback Arnold Kruiswijk, terwijl het middenveld werd gevormd door Navarone Foor, Marvelous Nakamba en Lewis Baker. Voorin koos Fraser doorgaans voor Milot Rashica, Nathan Allan de Souza en Van Wolfswinkel als vaste spits. De invallers van de geel-zwarte waren rechtsback Kevin Diks, centrumverdediger Maikel van der Werff en de vleugelspeler Adnane Tighadouini.
Trainers
[bewerken | brontekst bewerken]Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe links
[bewerken | brontekst bewerken]- Arjan Molenaar & Rien Bor, 111 jaar Vitesse: De sportieve geschiedenis van Vitesse 1892-2003, Arnhem, 2003. ISBN 90-9017300-5
- Ferry Reurink, Elke dag Vitesse. 125 jaar clubgeschiedenis in 366 verhalen, Arnhem, 2017. ISBN 97-8949241199-0
- Vitesse Statistieken
- ↑ https://www.gelderlander.nl/arnhem/vitesse-verlaagt-capaciteit-stadion-gelredome-naar-25-000-zitplaatsen~a670ea5b/
- ↑ https://www.gelderlander.nl/vitesse/volgend-jaar-maar-18-000-plekken-in-gelredome-bij-wedstrijden-vitesse-meer-grote-doeken-over-zitplaatsen~ab70c107/#:~:text=Shots%20%2F%20Stefan%20Koops-,Volgend%20jaar%20maar%2018.000%20plekken%20in%20GelreDome%20bij%20wedstrijden%20Vitesse,in%20de%20accommodatie%20in%20Arnhem.
- ↑ Vitesse stelt 2,7 miljoen euro beschikbaar voor selectie en staf de Gelderlander, 20 juni 2025
- ↑ Reurink, Ferry, Cricket en het eerste Vitesse, dat ook voetbal introduceert, De Sportwereld.nl
- ↑ Arnhemsche cricket- en voetbalvereeniging Vitesse, Databank sport, Historici.nl
- ↑ Cricket wedstrijd tussen Vitesse en Benno 1888, Delpher Kranten Delpher.nl
- 1 2 3 Reurink, Ferry, Cricket en het eerste Vitesse, SGS Cricket Club
- ↑ Heynssens, Sarah, Ontploffing in de fabriek van Corvilain. SOS Antwerpen (26 februari 2021). Geraadpleegd op 19 september 2025.
- ↑ Reurink, Ferry, De Indische invloed op de oerjaren van Vitesse uit Arnhem: de neven Dezentjé, Sportgeschiedenis.nl
- ↑ Vitesse en de Indische neven Indisch4ever
- ↑ Op een minuut na kampioen van Nederland (derde kopje) Vitesse Net
- ↑ Gouden Schoen - historie & informatie Napit.co.uk
- ↑ Voetbalkaart
- ↑ Gearchiveerde kopie. Gearchiveerd op 15 juni 2023. Geraadpleegd op 11 september 2021.
- ↑ Totaal aantal caps Vitesse in het Nederlands elftal Voetbalstats.nl
- ↑ Hall of Fame Vitesse, Henk 'Charly' Bosveld Vitesse.org, 7e kopje
- ↑ 'Angels' zijn trots op boek over Charly De Gelderlander 15-08-2008
