Leydigcel

1. lumen van tubulus seminifer contortus
2.spermatiden
3. spermatocyten
4. spermatogonia
5. Sertolicel
6. myofibroblasten
7. Leydigcellen
8. haarvaten


Leydigcellen zijn cellen die onder andere in de testes (zaadballen) in het losmazig bindweefsel tussen de verschillende lobben (lobuli) te vinden zijn. Daar produceren zij onder invloed van de gonadotrope hormonen follikelstimulerend hormoon (FSH) en luteïniserend hormoon (LH) het mannelijke hormoon testosteron. Ze hebben een veelhoekige vorm en bezitten een grote, prominente kern, een eosinofiel cytoplasma en talrijke met lipiden gevulde vesikels.[1] Mannen hebben twee typen leydigcellen die in twee verschillende ontwikkelingsstadia voorkomen: het foetale type en het volwassen type.[2] De cellen zijn genoemd naar Franz Leydig die ze in 1850 ontdekte.
Structuur
[bewerken | brontekst bewerken]De leydigcel van zoogdieren is een polyhedrale epithelioïde cel met een enkele excentrisch gelegen ovale kern. De kern bevat één tot drie prominente nucleoli en grote hoeveelheden donker kleurend perifeer heterochromatine. Het eosinofiele cytoplasma bevat gewoonlijk talrijke membraangebonden lipidedruppels en grote hoeveelheden glad endoplasmatisch reticulum (SER).[5] Naast de overvloed aan SER met verspreide plekken ruw endoplasmatisch reticulum, zijn er ook verschillende mitochondriën prominent aanwezig in het cytoplasma. Reinke-kristallen bevatten lipofuscinepigment en staafvormige kristalachtige structuren met een diameter van 3 tot 20 micrometer.[3]
Functie
[bewerken | brontekst bewerken]Leydigcellen produceren onder invloed van het luteïniserend hormoon (LH) androgenen als testosteron, androstenedion (een precursor van oestron en oestradiol) en dehydro-epiandrosteron (DHEA). Het luteïniserend hormoon stimuleert de cholesteroldesmolase activiteit. Cholesteroldesmolase is een enzym dat cholesterol omzet in pregnenolone. Pregnenolone stimuleert de synthese van testosteron en de secretie daarvan door de leydigcellen.
pregnenolone ⇒ progesteron ⇒ dehydro-epiandrosteron ⇒ androsteendion ⇒ testosteron
De functie wordt ook weerspiegeld in de structuur van de cel. Testosteron wordt opgebouwd uit cholesterol. Een deel van die omzetting gebeurt in het glad endoplasmatisch reticulum, dat is dan ook vrij uitgebreid bij deze cellen.
Follikelstimulerend hormoon (FSH) verhoogt de reactie van leydigcellen op het luteïniserend hormoon, doordat er een groter aantal LH-receptoren tot expressie komen in de leydigcellen.
Ontwikkeling
[bewerken | brontekst bewerken]Leydigcellen ontwikkelen zich in het mesenchym of migreren vanuit de oernier. Ze bevinden zich tussen de zaadstrengen en beginnen rond de achtste week van de zwangerschap met de productie van testosteron.[4] Celproliferatie, differentiatie en testosteronproductie worden gereguleerd door het humaan choriongonadotropine (hCG) uit de placenta via een G-proteïnegekoppelde receptor.[5]
Leydigcellen van het foetale type zijn aanwezig van de 8e tot de 20e week van de zwangerschap en produceren voldoende testosteron voor de ontwikkeling van een mannelijke foetus. Hun testosteronproducerende voorlopercellen zijn aantoonbaar aanwezig in de 7e week van de zwangerschap. Vanaf de 8e week worden hun groei en instandhouding ondersteund door luteïniserend hormoon (LH). Ze beginnen te degenereren vanaf de 20e week.[6]
Leydigcellen van het volwassen type differentiëren in de postnatale testis en blijven inactief tot de puberteit.[7] Ze ontstaan uit leydigstamcellen. De stamcellen brengen PGDFRα tot expressie, maar geen LH-receptor of steroïdogene enzymen. Sertolicellen (voedstercellen) scheiden cruciale stoffen (LIF, PDGF-α, Dhh) uit om de differentiëren tot voorloper-leydigcellen te initiëren. Een combinatie van groeifactoren en hormonen tijdens de puberteit (LH, T3, IGF-1, PDGF-α) zet de voorlopercellen aan om zich te ontwikkelen tot volwassen leydigcellen. Eenmaal in voldoende grote aantallen aanwezig, hebben de volwassen leydigcellen de neiging om niet verder te delen of te differentiëren. Toch bestaat er, in ieder geval bij muizen, een mechanisme om er meer te maken door differentiatie wanneer alle leydigcellen zijn gedood.[8]
Androgeenproductie
[bewerken | brontekst bewerken]Leydigcellen scheiden een klasse hormonen af die androgenen worden genoemd (steroïden met 19 koolstofatomen). Ze scheiden testosteron, androsteendion en dehydro-epiandrosteron (DHEA) af wanneer ze worden gestimuleerd door het luteïniserend hormoon (LH), dat wordt afgegeven door de hypofysevoorkwab als reactie op het gonadotropine-vrijzettend hormoon, dat op zijn beurt wordt afgegeven door de hypothalamus.[9]
LH bindt aan zijn receptor (LHCGR), een G-proteïne-gekoppelde receptor, en verhoogt daardoor de productie van cAMP.[9] cAMP stimuleert op zijn beurt, via activering van proteïnekinase A, de translocatie van cholesterol vanuit intracellulaire bronnen (voornamelijk het celmembraan en intracellulaire opslagplaatsen) naar de mitochondriën, eerst naar het buitenste mitochondriale membraan. Vervolgens moet cholesterol door het steroïdogene acute regulerende proteïne (steroidogenic acute regulatory protein) naar het binnenste mitochondriale membraan worden getransloceerd, wat de snelheidsbepalende stap is in de steroïdebiosynthese. Hierna volgt de vorming van pregnenolon uit het getransloceerde cholesterol via het cholesterol-zijketen-splitsingsenzym cholesterol (cholesterol side-chain cleavage enzyme), dat zich in het binnenste mitochondriale membraan bevindt, wat uiteindelijk leidt tot de synthese en secretie van testosteron door leydigcellen.[9]
Bij ratten verhoogt prolactine (PRL) de respons van leydigcellen op LH door het aantal LH-receptoren dat op leydigcellen tot expressie komt te verhogen.[10]
Klinische betekenis
[bewerken | brontekst bewerken]
Leydigcellen kunnen ongecontroleerd groeien en een leydigceltumor vormen. Deze kunnen hormonaal actief zijn, d.w.z. testosteron afscheiden. De functie van Reinke-kristallen is onbekend, maar ze verschijnen in het geval van leydigceltumoren.[3] Ze worden in minder dan de helft van alle leydigceltumoren gevonden, maar wanneer ze aanwezig zijn, kunnen ze de diagnose van een leydigceltumor bevestigen.[11][12] Geen enkele andere interstitiële cel in de testikels heeft een kern of cytoplasma met deze kenmerken, waardoor identificatie relatief eenvoudig is.
Hoewel elke leeftijd vatbaar is voor een leydigceltumor, komen leydigceltumoren vaker voor bij mensen van 5 tot 10 en 30 tot 35 jaar.[13] Een leydigceltumor bij een kind veroorzaakt meestal vervroegde puberteit. Ongeveer 10% van de jongens met de tumor heeft gynaecomastie.[14] Hoewel een leydigceltumor bij kinderen altijd goedaardig is, is deze bij 10% tot 15% van de volwassenen kwaadaardig.[13] Het is de meest voorkomende zaadbalkanker van niet-oerkiemceloorsprong.[14]
Echografie kan worden gebruikt om cystische gebieden te identificeren, maar kan geen onderscheid maken tussen goedaardige en kwaadaardige tumoren.[14]
Adrenomyeloneuropathie is een ander voorbeeld van een ziekte die de leydigcel aantast.[15] In dit geval kan het testosteron van een persoon dalen ondanks hogere dan normale niveaus van het luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend hormoon (FSH).
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Leydig cell op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
Referenties
- ↑ Zhou, Ming, Netto, George, Epstein, Jonathan I (2022). Uropathology E-Book. Elsevier Health Sciences, p. 428. ISBN 978-0-32-365396-1.
- ↑ Carrasco-Juan, JL, Álvarez-Argüelles Cabrera, H, Martín Corriente, MC, González-Gómez, M, Valladares Parrilla, R, Gutiérrez García, R, Díaz-Flores, L (October 2017). Ovarian Leydig cells (OLC): A histomorphological and immunohistochemical study.. Histology and Histopathology 32 (10): 1089–1097. PMID 28127725. DOI: 10.14670/HH-11-876.
- 1 2 Partin, Alan W., Wein, Alan J., Kavoussi, Louis R., Peters, Craig A., Dmochowski, Roger R. (2020). Campbell Walsh Wein Urology. Elsevier Health Sciences, p. 1124. ISBN 978-0-32-367227-6. Gearchiveerd op 2 juli 2022. Geraadpleegd op 2 juli 2022.
- ↑ Johannes W. Rohen und Elke Lütjen-Drecoll: Funktionelle Embryologie: Die Entwicklung der Funktionssysteme des menschlichen Organismus. Schattauer, Stuttgart 2016, ISBN 978-3-7945-3219-3, S. 114.
- ↑ Beatrice R. Amann-Vesti: Klinische Pathophysiologie. Georg Thieme, Stuttgart 2006, ISBN 978-3-13-449609-3, S. 352.
- ↑ Svechnikov K, Landreh L, Weisser J, Izzo G, Colón E, Svechnikova I, Söder O (2010). Origin, development and regulation of human Leydig cells. Horm Res Paediatr 73 (2): 93–101. PMID 20190545. DOI: 10.1159/000277141.
- ↑ Nieschlag, Eberhard, Behre, Hermann M. (2012). Testosterone: Action - Deficiency - Substitution. Springer Science & Business Media, p. 9. ISBN 978-3-64-272185-4. Gearchiveerd op 2 juli 2022. Geraadpleegd op 2 juli 2022.
- ↑ Stanley, E, Lin, CY, Jin, S, Liu, J, Sottas, CM, Ge, R, Zirkin, BR, Chen, H (October 2012). Identification, proliferation, and differentiation of adult Leydig stem cells.. Endocrinology 153 (10): 5002–10. PMID 22865373. PMC 3512003. DOI: 10.1210/en.2012-1417.
- 1 2 3 Zirkin, Barry R, Papadopoulos, Vassilios (July 2018). Leydig cells: formation, function, and regulation. Biology of Reproduction 99 (1): 101–111. ISSN: 0006-3363. PMID 29566165. PMC 6044347. DOI: 10.1093/biolre/ioy059.
- ↑ Steinbach, Thomas J., Patrick, Daniel J., Cosenza, Mary Ellen (2019). Toxicologic Pathology for Non-Pathologists. Springer Nature, p. 1124. ISBN 978-1-49-399777-0. Gearchiveerd op 3 juli 2022. Geraadpleegd op 3 juli 2022.
- ↑ Al-Agha O, Axiotis C (2007). An in-depth look at Leydig cell tumor of the testis. Arch Pathol Lab Med 131 (2): 311–7. PMID 17284120. DOI: 10.5858/2007-131-311-AILALC.
- ↑ Ramnani, Dharam M, Leydig Cell Tumor : Reinke's Crystalloids (11 juni 2010). Gearchiveerd op 9 augustus 2011. Geraadpleegd op 6 november 2011.
- 1 2 Jameson, J. Larry, De Groot, Leslie J. (2015). Endocrinology: Adult and Pediatric. Elsevier Health Sciences, p. 2365. ISBN 978-0-32-332195-2. Gearchiveerd op 3 juli 2022. Geraadpleegd op 3 juli 2022.
- 1 2 Henningsen, Charlotte, Kuntz, Kathryn, Youngs, Diane (2013). Clinical Guide to Sonography: Exercises for Critical Thinking. Elsevier Health Sciences, p. 350. ISBN 978-0-32-309164-0. Gearchiveerd op 3 juli 2022. Geraadpleegd op 3 juli 2022.
- ↑ Chovel-Sella, Alum, Halper, Alyssa (2020). Endocrine Conditions in Pediatrics: A Practical Guide. Springer Nature, "Adrenal Insufficiency", p. 286. ISBN 978-3-03-052215-5. Gearchiveerd op 3 juli 2022. Geraadpleegd op 3 juli 2022.
