close
Naar inhoud springen

Leydigcel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
BERJAYA
Histologische doorsnede door testisparenchym van een wild zwijn.
1. lumen van tubulus seminifer contortus
2.spermatiden
3. spermatocyten
4. spermatogonia
5. Sertolicel
6. myofibroblasten
7. Leydigcellen
8. haarvaten
BERJAYA
Leydigcellen in het midden
BERJAYA
Teelbal met uitvergroot zaadbuisje (zaadbuisjes: tubuli semeniferi)

Leydigcellen zijn cellen die onder andere in de testes (zaadballen) in het losmazig bindweefsel tussen de verschillende lobben (lobuli) te vinden zijn. Daar produceren zij onder invloed van de gonadotrope hormonen follikelstimulerend hormoon (FSH) en luteïniserend hormoon (LH) het mannelijke hormoon testosteron. Ze hebben een veelhoekige vorm en bezitten een grote, prominente kern, een eosinofiel cytoplasma en talrijke met lipiden gevulde vesikels.[1] Mannen hebben twee typen leydigcellen die in twee verschillende ontwikkelingsstadia voorkomen: het foetale type en het volwassen type.[2] De cellen zijn genoemd naar Franz Leydig die ze in 1850 ontdekte.

De leydigcel van zoogdieren is een polyhedrale epithelioïde cel met een enkele excentrisch gelegen ovale kern. De kern bevat één tot drie prominente nucleoli en grote hoeveelheden donker kleurend perifeer heterochromatine. Het eosinofiele cytoplasma bevat gewoonlijk talrijke membraangebonden lipidedruppels en grote hoeveelheden glad endoplasmatisch reticulum (SER).[5] Naast de overvloed aan SER met verspreide plekken ruw endoplasmatisch reticulum, zijn er ook verschillende mitochondriën prominent aanwezig in het cytoplasma. Reinke-kristallen bevatten lipofuscinepigment en staafvormige kristalachtige structuren met een diameter van 3 tot 20 micrometer.[3]

Leydigcellen produceren onder invloed van het luteïniserend hormoon (LH) androgenen als testosteron, androstenedion (een precursor van oestron en oestradiol) en dehydro-epiandrosteron (DHEA). Het luteïniserend hormoon stimuleert de cholesteroldesmolase activiteit. Cholesteroldesmolase is een enzym dat cholesterol omzet in pregnenolone. Pregnenolone stimuleert de synthese van testosteron en de secretie daarvan door de leydigcellen.

pregnenolone progesterondehydro-epiandrosteron androsteendion testosteron

De functie wordt ook weerspiegeld in de structuur van de cel. Testosteron wordt opgebouwd uit cholesterol. Een deel van die omzetting gebeurt in het glad endoplasmatisch reticulum, dat is dan ook vrij uitgebreid bij deze cellen.

Follikelstimulerend hormoon (FSH) verhoogt de reactie van leydigcellen op het luteïniserend hormoon, doordat er een groter aantal LH-receptoren tot expressie komen in de leydigcellen.

Leydigcellen ontwikkelen zich in het mesenchym of migreren vanuit de oernier. Ze bevinden zich tussen de zaadstrengen en beginnen rond de achtste week van de zwangerschap met de productie van testosteron.[4] Celproliferatie, differentiatie en testosteronproductie worden gereguleerd door het humaan choriongonadotropine (hCG) uit de placenta via een G-proteïnegekoppelde receptor.[5]

Leydigcellen van het foetale type zijn aanwezig van de 8e tot de 20e week van de zwangerschap en produceren voldoende testosteron voor de ontwikkeling van een mannelijke foetus. Hun testosteronproducerende voorlopercellen zijn aantoonbaar aanwezig in de 7e week van de zwangerschap. Vanaf de 8e week worden hun groei en instandhouding ondersteund door luteïniserend hormoon (LH). Ze beginnen te degenereren vanaf de 20e week.[6]

Leydigcellen van het volwassen type differentiëren in de postnatale testis en blijven inactief tot de puberteit.[7] Ze ontstaan uit leydigstamcellen. De stamcellen brengen PGDFRα tot expressie, maar geen LH-receptor of steroïdogene enzymen. Sertolicellen (voedstercellen) scheiden cruciale stoffen (LIF, PDGF-α, Dhh) uit om de differentiëren tot voorloper-leydigcellen te initiëren. Een combinatie van groeifactoren en hormonen tijdens de puberteit (LH, T3, IGF-1, PDGF-α) zet de voorlopercellen aan om zich te ontwikkelen tot volwassen leydigcellen. Eenmaal in voldoende grote aantallen aanwezig, hebben de volwassen leydigcellen de neiging om niet verder te delen of te differentiëren. Toch bestaat er, in ieder geval bij muizen, een mechanisme om er meer te maken door differentiatie wanneer alle leydigcellen zijn gedood.[8]

Androgeenproductie

[bewerken | brontekst bewerken]

Leydigcellen scheiden een klasse hormonen af die androgenen worden genoemd (steroïden met 19 koolstofatomen). Ze scheiden testosteron, androsteendion en dehydro-epiandrosteron (DHEA) af wanneer ze worden gestimuleerd door het luteïniserend hormoon (LH), dat wordt afgegeven door de hypofysevoorkwab als reactie op het gonadotropine-vrijzettend hormoon, dat op zijn beurt wordt afgegeven door de hypothalamus.[9]

LH bindt aan zijn receptor (LHCGR), een G-proteïne-gekoppelde receptor, en verhoogt daardoor de productie van cAMP.[9] cAMP stimuleert op zijn beurt, via activering van proteïnekinase A, de translocatie van cholesterol vanuit intracellulaire bronnen (voornamelijk het celmembraan en intracellulaire opslagplaatsen) naar de mitochondriën, eerst naar het buitenste mitochondriale membraan. Vervolgens moet cholesterol door het steroïdogene acute regulerende proteïne (steroidogenic acute regulatory protein) naar het binnenste mitochondriale membraan worden getransloceerd, wat de snelheidsbepalende stap is in de steroïdebiosynthese. Hierna volgt de vorming van pregnenolon uit het getransloceerde cholesterol via het cholesterol-zijketen-splitsingsenzym cholesterol (cholesterol side-chain cleavage enzyme), dat zich in het binnenste mitochondriale membraan bevindt, wat uiteindelijk leidt tot de synthese en secretie van testosteron door leydigcellen.[9]

Bij ratten verhoogt prolactine (PRL) de respons van leydigcellen op LH door het aantal LH-receptoren dat op leydigcellen tot expressie komt te verhogen.[10]

Klinische betekenis

[bewerken | brontekst bewerken]
BERJAYA
Leydigceltumor

Leydigcellen kunnen ongecontroleerd groeien en een leydigceltumor vormen. Deze kunnen hormonaal actief zijn, d.w.z. testosteron afscheiden. De functie van Reinke-kristallen is onbekend, maar ze verschijnen in het geval van leydigceltumoren.[3] Ze worden in minder dan de helft van alle leydigceltumoren gevonden, maar wanneer ze aanwezig zijn, kunnen ze de diagnose van een leydigceltumor bevestigen.[11][12] Geen enkele andere interstitiële cel in de testikels heeft een kern of cytoplasma met deze kenmerken, waardoor identificatie relatief eenvoudig is.

Hoewel elke leeftijd vatbaar is voor een leydigceltumor, komen leydigceltumoren vaker voor bij mensen van 5 tot 10 en 30 tot 35 jaar.[13] Een leydigceltumor bij een kind veroorzaakt meestal vervroegde puberteit. Ongeveer 10% van de jongens met de tumor heeft gynaecomastie.[14] Hoewel een leydigceltumor bij kinderen altijd goedaardig is, is deze bij 10% tot 15% van de volwassenen kwaadaardig.[13] Het is de meest voorkomende zaadbalkanker van niet-oerkiemceloorsprong.[14]

Echografie kan worden gebruikt om cystische gebieden te identificeren, maar kan geen onderscheid maken tussen goedaardige en kwaadaardige tumoren.[14]

Adrenomyeloneuropathie is een ander voorbeeld van een ziekte die de leydigcel aantast.[15] In dit geval kan het testosteron van een persoon dalen ondanks hogere dan normale niveaus van het luteïniserend hormoon (LH) en follikelstimulerend hormoon (FSH).