Sarcopenie
| Sarcopenie | ||||
|---|---|---|---|---|
Oudere man met zichtbare atrofie van de skeletspieren in een gevorderd stadium in het gehele bewegingsapparaat. | ||||
| Classificatie | ||||
| Specialisme | Geriatrie, gerontologie [1] | |||
| Lichaamsdeel | Skeletspieren | |||
| Beschrijving | ||||
| Symptomen | Spieratrofie | |||
| Oorzaken | Veroudering, immobiliteit [2] | |||
| Coderingen | ||||
| ICD-10 | M62.84 | |||
| MeSH | D055948 | |||
| ||||
Sarcopenie is de vorm van spieratrofie die toegeschreven wordt aan veroudering en immobiliteit.[2] Het is de (natuurlijke) afname van spiermassa, specifieker de skeletspieren, met als bijkomend gevolg de afname van de spierkracht, en komt mettertijd óók voor bij 'gezonde' bejaarden. Het behoort daarmee in de gezondheidszorg en geneeskunde met name tot het medisch specialisme van geriatrie.[1][3]
Etymologie
[bewerken | brontekst bewerken]De term sarcopenie [ˌsɑrkopeˈni]? is geconstrueerd van het Oudgriekse σάρξ (sarx) en πενία (penia) dat "vlees" respectievelijk "verarming" of "armoede" betekent. De term werd in 1988 geopperd door de Amerikaanse arts en hoogleraar Irwin Rosenberg in de Engelstalige 'potjeslatijn-term' sarcopenia.[4]
Oorzaken
[bewerken | brontekst bewerken]Hoewel sarcopenie deels een natuurlijk gevolg is van veroudering, wordt het proces aanzienlijk versneld door een combinatie van factoren. De belangrijkste beïnvloedbare oorzaken zijn een gebrek aan fysieke activiteit (immobiliteit) en een inadequate inname van voedingsstoffen, waarbij met name een tekort aan hoogwaardige eiwitten en vitamine D een sleutelrol speelt.
Gevolgen
[bewerken | brontekst bewerken]De afname van spiermassa en spierkracht leidt bij ouderen tot een verminderde mobiliteit, een verhoogd risico op vallen en botbreuken, en een verlies van zelfstandigheid. Hierdoor is sarcopenie een belangrijke voorspeller voor een verminderde kwaliteit van leven en een verhoogde behoefte aan langdurige zorg.
Preventie en behandeling
[bewerken | brontekst bewerken]De met ouderdom gepaard gaande sarcopenie is grotendeels irreversibel. Desondanks kan het proces vertraagd en deels omgekeerd worden. De medische consensus[bron?] stelt dat een gecombineerde aanpak van fysieke training (met name krachttraining) en voedingsinterventies het meest effectief is. Hierbij ligt de focus op een verhoogde, gelijkmatig verspreide inname van eiwitten gedurende de dag om de spiereiwitsynthese maximaal te stimuleren.
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]Externe link
[bewerken | brontekst bewerken]
Astrid Y. Bijlsma, Carel G.M. Meskers, Rudi G.J. Westendorp en Andrea B. Maier, Stand van zaken: Sarcopenie; Op weg naar klinische toepasbaarheid (pdf). ntvg.org. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2013). Gearchiveerd op 19 maart 2020. Geraadpleegd op 19 maart 2020.
- 1 2 Wanneer of waar wetenschappelijk onderzoek wordt verricht naar deze aandoening, buiten de klinische, toegepaste ouderengezondheidszorg, spreekt men van "gerontologie" als benaming voor het vakgebied dat zich daarmee bezighoudt.
- 1 2 Gebrek aan of (te) weinig lichaamsbeweging, niet te verwarren met hypokinesie.
- ↑ Vandewoude, Prof. dr. Maurits, Sarcopenie als component van “frailty". bsdl.nl. Bohn Stafleu van Loghum (Uitgeverij voor de gezondheidszorg) (1 februari 2007). Gearchiveerd op 19 maart 2020.. Geraadpleegd op 19 maart 2020.
- ↑ (en) Janssen, Ian, Evolution of sarcopenia research. nrcresearchpress.com (29 september 2010). Gearchiveerd op 19 maart 2020.. Geraadpleegd op 17 april 2020.
