opslag
Uiterlijk
- op·slag
- samenstelling van op en slag
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opslag | opslagen |
| verkleinwoord | opslagje | opslagjes |
de opslag m
- berging, tijdelijke plaatsing van goederen
- De meubels zijn nog in opslag, maar we kunnen ze morgen afhalen.
- ▸ Studenten en promovendi met veel kennis van onder meer kritieke grondstoffen zijn hard nodig voor de energietransitie, zegt men ook buiten de muren van de VU. De ongeveer tachtig bachelor- en masterstudenten die de studie in Amsterdam jaarlijks trekt, zijn harder nodig dan ooit, klinkt het. Ook bijvoorbeeld voor de opslag van CO2 onder de grond en kustbescherming is hun kennis nodig.[1]
- (sport) het de lucht inspelen van de bal om deze zo in het spel te brengen
- De tegenstander liet de bal uitgaan en zo kreeg hij de opslag.
- loonsverhoging
- (financieel) bijkomende kosten die in rekening worden gebracht, bijv. na een niet of te laat betaalde premie, alimentatie e.d.
- het opslaan (van de ogen bijv: oogopslag)
- opslagbedrijf, opslagcapaciteit, opslagkosten, opslagloods, opslagmedium, opslagplaats, opslagrente, opslagruimte, opslagterrein
- Het woord opslag staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "opslag" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Sven Schaap“Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
