breekal
Uiterlijk
- breek·al
- samenstelling van breken ww en al zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | breekal | breekallen |
| verkleinwoord | breekalletje | breekalletjes |
de breekal m
- iemand die zo wild is dat hij alles kapot maakt
- Het woord 'breekal' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "breekal" herkend door:
| 33 % | van de Nederlanders; |
| 42 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
