appelfiguur
Uiterlijk
- Geluid: appelfiguur (hulp, bestand)
- ap·pel·fi·guur
- samenstelling van appel en figuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | appelfiguur | appelfiguren |
| verkleinwoord | appelfiguurtje | appelfiguurtjes |
de appelfiguur v / m, het appelfiguur o
- het lichaam hebbende met de vorm van een appel, waarbij men breder is rond de borst en de buik, maar men slanker is bij de benen en de schouders
- Het woord 'appelfiguur' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
