close
Naar inhoud springen

alvorens

Uit WikiWoordenboek
  • al·vo·rens

alvorens

  1. luidt een handeling in die in de tijd voorafgaat aan die van de hoofdzin
    • Alvorens hij te bed ging, dronk hij eerst nog een kop rooibosthee. 
    • Alvorens B te doen, deed hij eerste A. 
     Omdat overal besmettelijke Giardia-parasieten in het water konden zitten, was het noodzakelijk om het water te zuiveren alvorens het te drinken.[3]
     De saboteur in het nette pak, die met een zakdoekje het zitvlak van zijn kruk afveegde alvorens erop plaats te nemen, had geen oog voor zijn met stomheid geslagen publiek.[4]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]